De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters dat vanuit
het perceel wordt afgevoerd.
Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het einde
van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel
is toegevoerd of opgepompt.
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
pompinstallatie zijn voorzien van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
worden afgelezen, of
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
kan worden afgelezen.
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
wettelijke bepaling.
De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet
is afgevoerd.
Voor zover de gegevens, als bedoeld in het eerste lid van dit
artikel niet bekend zijn, wordt het waterverbruik door de in artikel
231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar
vastgesteld op basis van het waterverbruik van vergelijkbare
huishoudens.
Ten aanzien van de adressen die volgens informatie van Brabant Water
N.V. aldaar geregistreerd staan als "agrarische percelen" wordt
bepaald, dat bij de heffing wordt uitgegaan van maximaal 225
m3geloosd water per jaar.
Ten aanzien van de adressen die volgens informatie van Brabant Water
N.V. aldaar geregistreerd staan als "doorverbinding" wordt bepaald,
dat bij de heffing wordt uitgegaan van 70 m3geloosd
water per jaar.
Artikel 5.
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2016