Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2010

Belastbaar feit en belastingplicht De rioolheffing wordt geheven: ter zake van het gebruik van de gemeentelijke riolering voor een hoeveelheid afvalwater van 1 tot en met 250 kubieke meters die vanuit het perceel wordt afgevoerd via de gemeentelijke riolering (hierna: rioolheffing 1); ter zake van het gebruik van de gemeentelijke riolering voor een hoeveelheid afvalwater uitgaande boven 250 kubieke meters die vanuit het perceel wordt afgevoerd via de gemeentelijke riolering (hierna: rioolheffing 2). Voor de toepassing van het eerste lid wordt de hoeveelheid afvalwater bepaald op de wijze als bedoeld in artikel 5. De heffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Als gebruiker wordt aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel