Verzoek om ambtelijke bijstand
De raad en elk individueel raadslid heeft recht op ambtelijke bijstand.
Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand inhoudende:
feitelijke informatie;
advies;
ondersteuning.
De informatie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt door de griffier gegeven. Indien de griffier niet over de gevraagde informatie beschikt, brengt hij het verzoek over aan de secretaris, die beoordeelt welk kanaal het meest geëigend is om aan het verzoek te voldoen. De secretaris brengt het verzoek over aan een directeur dan wel aan een door die directeur aangewezen behandelend ambtenaar. Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op informatie bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, stelt hij de secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.
Het advies, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt gegeven door de griffier. Indien het verzoek om advies betrekking heeft op de wettelijk aan het college opgedragen taken, brengt hij het verzoek over aan de secretaris, die het verzoek inwilligt of overbrengt aan een directeur dan wel een door die directeur aangewezen behandelend ambtenaar.
De ondersteuning, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, wordt verleend door de griffier, indien het verzoek ondersteuning betreft bij huishoudelijke aangelegenheden van de raad en/of de raadscommissies, alsmede bij het verlenen van hulp bij de redactionele vormgeving van voorstellen, (sub)amendementen, ontwerp-besluiten en moties. Indien het verzoek andersoortige ondersteuning betreft, brengt de griffier het verzoek over aan de secretaris die de ondersteuning verleent of overbrengt aan een directeur dan wel een door die directeur aangewezen behandelend ambtenaar.
Het raadslid geeft bij een verzoek om bijstand (informatie, advies of ondersteuning) zo concreet mogelijk aan welke bijstand hij wenst (vorm, inhoud en termijn).
Hoofdstuk
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van VERORDENING OP DE AMBTELIJKE BIJSTANDEN FRACTIEONDERSTEUNING OEGSTGEEST 2008