Naar hoofdinhoud
Weigeringsgronden ambtelijke bijstand Een ambtenaar verleent op verzoek van de secretaris ambtelijke bijstand tenzij: het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; het verzoek betrekking heeft op zaken ten aanzien waarvan het college op grond van een belang genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur geheimhouding heeft opgelegd dan wel een aldaar vermeld belang zich tegen openbaarmaking verzet; de gevraagde bijstand een dusdanig groot beslag legt op de ambtelijke capaciteit dat de uitvoering van de aan de sector of een onderdeel daarvan opgedragen werkzaamheden in het gedrang komt. Indien de bijstand op grond van het eerste lid, onderdelen a t/m c wordt geweigerd, deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel