De vraagstelling aan de medisch adviseur moet dusdanig zijn geformuleerd, dat het de medisch adviseur duidelijk wordt welke informatie aan hem wordt gevraagd.
In een medisch advies volgens een gekantelde benadering onderzoekt en bespreekt de arts de volgende zaken:
de aanwezige functionele mogelijkheden en hoe de burger deze optimaal kan benutten en versterken in relatie tot het specifieke knelpunt.
de zelfredzaamheid en participatie in bredere zin. In het onderzoek wordt gekeken naar het herstel- en participatiegedrag van de burger. Wat kan de burger zelf doen? Er is immers een duidelijke, wederzijds afhankelijke relatie tussen mogelijkheden hebben (het vermogen) en mogelijkheden gebruiken (het functioneren).
Niet ter zake doende informatie hoort niet thuis in de rapportage, ook deelgebieden waarop de burger geen beperkingen ervaart hoeven niet uitgebreid beschreven te worden. In de rapportage gaat de medisch adviseur uit van het functioneren binnen de domeinen van de Wmo. Hierbij wordt vooral ingegaan op het herstel – en participatiegedrag. Dit is binnen de gekantelde werkwijze een van de belangrijkste onderdelen van het advies.
In de rapportage wordt standaard opgenomen:
Wat kan de klant zelf doen om eventuele beperkingen ten gevolge van ziekte of klachten te verminderen (concreet, relevant herstelgedrag)?
Wat kan de klant doen om het functioneren in diverse leefgebieden (en zijn of haar belastbaarheid) te verbeteren (concreet, relevant participatiegedrag)?
Medische gegevens van de behandelaars mogen alleen met toestemming van de burger worden opgevraagd. In het verzoek om deze informatie moet bovendien staan welke adviserende arts de gegevens nodig heeft, bij wie de gegevens opgevraagd worden, om welke informatie het precies gaat en waarom deze informatie precies nodig is.
Hoofdstuk 12.
Artikel 12.2
Vraagstelling en rapportage
Onderdeel van Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2016