4.3.1 Afweging primaat van de verhuizing
Het primaat van de verhuizing wil zeggen dat, als vaststaat dat een maatwerkvoorziening noodzakelijk is om zelfredzaam te zijn en te kunnen participeren, eerst beoordeeld wordt of verhuizing naar een reeds geheel aangepaste woning of naar een goedkoper en gemakkelijker aan te passen woning een adequate oplossing is.
In de jurisprudentie is het hanteren van het primaat van de verhuizing geaccepteerd door de Centrale Raad van Beroep. Onder de Wmo 2015 zal dan ook van deze mogelijkheid gebruik worden gemaakt als passende maatwerkvoorziening ter compensatie van (acute) woonproblemen. Binnen de Wmo zal beoordeeld worden of in een concrete situatie van een burger gevraagd kan worden dat hij of zij verhuist. In een werkinstructie worden de relevante afwegingskaders nader toegelicht. Deze kaders zijn een destillatie van de huidige stand van zaken van de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep hierover.
Gelet op het feit dat de gemeente de wettelijke opdracht heeft om burgers zo veel mogelijk in de eigen leefomgeving te ondersteunen, wordt bij de afweging om het primaat van de verhuizing toe te passen, versus de aanpassing van de huidige woning, een financiële grens gehanteerd. Deze grens is bepaald op 10.000 euro. Onder deze grens kunnen noodzakelijke aanpassingen aan de woning worden aangebracht, waarbij het primaat van de verhuizing niet wordt toegepast. Uiteraard dient de woning na de woningaanpassingen wel langdurig geschikt te zijn, ook voor de toekomstige zelfredzaamheid.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.3
Maatwerkvoorziening wonen
Onderdeel van Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2016