In het onderzoek wordt gekeken of de problemen afdoende kunnen worden opgelost met technische hulpmiddelen. Hulpmiddelen kunnen bestaan uit gebruikelijke huishoudelijke apparatuur, zoals een wasmachine of stofzuiger, een droogtrommel of een afwasmachine. De burger is zelf verantwoordelijk voor de aanschaf van dergelijke voorzieningen. Deze worden in het kader van de Wmo-2015 niet verstrekt.
Andere (wettelijke) regelingen gaan voor op de Wmo. Voor huishoudelijke ondersteuning kan gedacht worden aan de volgende regelingen:
Voor- , tussen- en naschoolse opvang. Basisscholen zijn verplicht om voor- en naschoolse opvang aan te bieden.
Kinderopvangtoeslag en kinderopvang. Kinderopvang is beschikbaar voor kinderen van 0 tot 4 jaar.
De Wet Arbeid en Zorg. Deze wet regelt o.a. het kortdurend zorgverlof voor alle werknemers, bijv. bij ziekte van een kind of partner.
De ziektekostenverzekering. Bij sommige verzekeraars is thuiszorg opgenomen in het (aanvullende) ziektekostenpakket. De gemeente biedt aan mensen met een laag inkomen een collectieve zorgverzekering aan, waarbij onder meer het eigen risico en de eigen bijdrage Wmo worden vergoed. Inwoners kunnen zich hierover via het sociaal wijkteam laten voorlichten.
Wlz indicaties thuiswonenden: huishoudelijke ondersteuning valt bij een pgb, modulair pakket thuis of een volledig pakket thuis onder de Wlz. Bij een meerpersoonshuishouden, waarbij iemand als thuiswonende een Wlz indicatie heeft, zal bekeken moeten worden of de hulp die vanuit de Wlz wordt geleverd voldoende is om alle noodzakelijke activiteiten te kunnen uitvoeren. Mocht blijken dat dit onvoldoende is dan kan een van de overige gezinsleden een verzoek indienen om een (aanvullende) maatwerkvoorziening vanuit de Wmo.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.2.3
Voorliggende voorziening
Onderdeel van Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2016