Naar hoofdinhoud
Het college dient een Voorziening voor oninbare vorderingen te vormen, met inachtneming van de volgende kaders: a.Voor openstaande vorderingen betreffende: onroerende zaakbelasting gebruikers; onroerende zaakbelasting eigenaren; precariobelasting; hondenbelasting; rioolrechten; afvalstoffenheffing; leges; wordt met uitzondering van individuele vorderingen groter dan € 10.000, een voorziening wegens oninbaarheid gevormd van 3% van de totale vordering. Alle vorderingen die betrekking hebben op bovenstaande categorieën en ouder dan 3 jaar zijn, worden volledig voorzien. b.Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.

Rechtspraak bij dit artikel