Opdrachtverlening accountantscontrole
De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door de raad te benoemen accountant. De benoeming van de accountant geschiedt voor een periode van vier jaar.
Het college bereidt in overleg met de raad de aanbesteding van de accountantscontrole voor.
De raad stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het programma van eisen vast.
In het programma van eisen worden voor de jaarlijkse accountantscontrole opgenomen:
de toe te passen goedkeuringstoleranties (en afwijkende rapporteringstoleranties) bij de con-trole van de jaarrekening;
de apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij toe te passen omvangsbases en goedkeuringstoleranties (en afwijkende rapporteringstoleranties);
de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen;
de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse controles;
de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse rapportering;
en voor ieder afzonderlijk te controleren begrotingsjaar:
de posten van de jaarrekening en deelverantwoordingen met bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden;
de gemeentelijke producten en of organisatieonderdelen met bijbehorende afwijkende
rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden.
In afwijking van het gestelde in lid 3, letters f en g kan de raad in het programma van eisen op-nemen, dat de raad jaarlijks voorafgaand aan de accountantscontrole in overleg met de accoun-tant vaststelt de posten van de jaarrekening, de posten van de deelverantwoordingen, de ge-meentelijke producten en de gemeentelijke organisatieonderdelen, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden en welke rapporteringstoleranties hij daarbij dient te hanteren.
In geval van Europese aanbesteding van de accountantscontrole stelt de raad voor de selectie van de accountant de selectiecriteria vast en per selectiecriterium de bijbehorende weging vast.
Artikel 3. Informatieverstrekking door college
Het college is verantwoordelijk voor de samenstelling van de jaarrekening conform de geldende interne - en externe wet- en regelgeving en overlegt deze aan de accountant voor controle.
Het college draagt er zorg voor dat alle aan de jaarrekening ten grondslag liggende verordening-en, nota’s, collegebesluiten, deelverantwoordingen, administraties, plannen, overeenkomsten, be-rekeningen e.d. voor de accountant ter inzage liggen en goed toegankelijk zijn.
Bij de jaarrekening bevestigt het college schriftelijk aan de accountant, dat alle hem bekende in-formatie van belang voor de oordeelsvorming van de accountant is verstrekt.
Het college overlegt de gecontroleerde jaarrekening samen met de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen aan de raad uiterlijk 15 mei van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.
Alle informatie die na afgifte van de accountantsverklaring en voor behandeling van de jaarreke-ning in de raad beschikbaar komt en die van invloed is op het beeld dat de jaarrekening geeft, wordt terstond door het college aan de raad en de accountant gemeld.
Artikel 4. Inrichting accountantscontrole
De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accoun-tantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werk-zaamheden.
De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennis-geving uitvoeren.
Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt periodiek (afstem-mings-)overleg plaats tussen de accountant en (een vertegenwoordiger uit) de raad, (een ver-tegenwoordiger van) de rekenkamer(functie), de portefeuillehouder financiën, de griffier, de ge-meentesecretaris, de (concern-)controller en het hoofd financiën.
Artikel 5. Toegang tot informatie
1.De accountant is bevoegd tot het opnemen van alle kassen, waardepapieren en voorraden en het inzien van alle boeken, notulen, brieven, computerbestanden en overige bescheiden, waarvan hij inzage voor de accountantscontrole nodig oordeelt. Het college draagt er zorg voor dat de ac-countant voor de uitvoering van zijn controlewerkzaamheden een onbelemmerde toegang heeft tot alle kantoren, magazijnen, werkplaatsen, terreinen en informatiedragers van de gemeente.
De accountant is bevoegd om van alle ambtenaren mondelinge en schriftelijke inlichtingen en verklaringen te verlangen die hij voor de uitvoering van zijn opdracht denkt nodig te hebben. Het college draagt er zorg voor, dat de desbetreffende ambtenaren hieraan hun medewerking ver-lenen.
Het college draagt er zorg voor, dat alle organisatie-eenheden van de gemeente zijn gehouden de accountant alle informatie te verstrekken, opdat de accountant zich een juist en volledig oor-deel kan vormen over de rechtmatige totstandkoming van baten, lasten, balansmutaties en het gevoerde beheer en over de getrouwheid van de daarover verstrekte informatie.
Artikel 6. Overige controles en opdrachten
Het college kan de door de raad benoemde accountant opdracht geven tot het uitvoeren van specifieke werkzaamheden met betrekking tot de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doel-treffendheid voor zover de onafhankelijkheid van de accountant daarmee niet in het geding komt. Het college informeert de raad vooraf over deze aan de accountant te verstrekken op-drachten.
Het college draagt de zorg voor de uitvoering van het beleid betreffende de specifieke uit-keringen volgens de eisen van rechtmatigheid van de ministeries. Het college is voor de controle van de rechtmatige besteding van specifieke uitkeringen bevoegd de opdracht te verlenen aan een andere dan de door de raad benoemde accountant, indien dit in het belang van de gemeente is.
Het college draagt de zorg voor de verantwoording aan derden (Belastingdienst, ABP, Sociale ver-zekeringsbank, CBS, e.d.) en neemt hierbij de gestelde controle-eisen in acht. Indien een deel van deze vereisten moet worden uitgevoerd door een accountant, is het college bevoegd hiervoor de opdracht verlenen aan een andere dan de door de raad benoemde accountant, indien dit in het belang van de gemeente is.
Artikel 7. Rapportering
Indien de accountant bij een controle afwijkingen constateert die leiden tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring, meldt hij deze terstond schriftelijk aan de raad en zendt een af-schrift hiervan aan het college.
In aanvulling op het in de wet voorgeschreven verslag van bevindingen brengt de accountant over de door hem uitgevoerde (deel)controles verslag uit over zijn bevindingen van niet van be-stuurlijk belang aan de ambtenaar van wie het geldelijk beheer, het vermogensbeheer, de admi-nistratie en de beheersdaden zijn gecontroleerd, het hoofd van de dienst waar de ambtenaar werkzaam is, de (concern-)controller en het hoofd financiën dan wel andere daarvoor in aan-merking komende ambtenaren.
De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen worden voor verzending aan de raad door de accountant aan het college voorgelegd met de mogelijkheid voor het college om op deze stukken te reageren.
De accountant bespreekt voorafgaand aan de raadsbehandeling van de jaarstukken het verslag van bevindingen met (een voor dit doel door de raad ingestelde vertegenwoordiging van) de raad.
Artikel 8. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking per 15 november 2003, met dien verstande dat zij van toepassing is op de accountantscontrole van de jaarrekening (en deelverantwoordingen) van het verslagjaar 2004 en later.
Artikel 9. Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als “Controleverordening gemeente De Bilt”.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad dd. dinsdag 4 november 2003
voorzitter, de griffier,
mr A. Tchernoff mr O. Pol