**1..** Het periodiek overleg met de wethouder wordt voorgezeten door de voorzitter.
**2..** De WMO-raad overlegt twee keer per jaar met de wethouder, die zich kan laten vergezellen door de contactambtenaar en andere adviseurs.
**3..** De voorzitter stelt in overleg met de secretaris en de contactambtenaar de agenda samen voor het periodiek overleg. Ieder lid heeft het recht om via de secretaris onderwerpen aan te reiken. De definitieve agenda wordt bij aanvang van de bijeenkomst vastgesteld.
**4..** De voorzitter bepaalt in overleg met de contactambtenaar tijd en plaats van het periodiek overleg.
**5..** De secretaris roept het periodiek overleg bijeen door middel van een schriftelijke kennisgeving en draagt er zorg voor dat deze kennisgeving, vergezeld van de agenda en de vergaderstukken, tenminste tien werkdagen van tevoren in het bezit is van alle betrokkenen.
**6..** Op verzoek van ten minste drie leden van de WMO-raad of op verzoek van de wethouder kunnen, naast de reguliere bijeenkomsten, extra zittingen worden belegd. Het verzoek dient met redenen omkleed bij de voorzitter te worden gedaan. Aan dit verzoek wordt binnen zes weken voldaan, nadat het verzoek daartoe door de voorzitter is ontvangen, tenzij de voorzitter of de wethouder het verzoek afwijst, eveneens met redenen omkleed.
**7..** De WMO-raad maakt van het periodiek overleg een verslag dat binnen twee weken aan de leden en de gemeente wordt verzonden.