De leden van het Algemeen Bestuur mogen:
Niet als advocaat, procureur, gemachtigde, of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van de werderpartij van het Werkvoorzieningschap of ten behoeve van het Bestuur van het Werkvoorzieningschap in geschillen;
Niet als gemachtigde of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden bij het aangaan van overeenkomsten als bedoeld onder c met het Werkvoorzieningschap;
Rechtstreeks nog middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:
Het aannemen van werk ten behoeve van het Werkvoorzieningschap;
Het buiten dienstbetrekking tegen beloning doen van verrichtingen ten behoeve van het Werkvoorzieningschap;
Het doen van leveranties aan het Werkvoorzieningschap;
Het verhuren van niet-registergoederen aan het Werkvoorzieningschap;
Het vewerven van betwiste vorderingen ten laste van het Werkvoorzieninschap;
Het onderhands verwerven van onroerende goederen van het Werkvoorzieningschap;
Het onderhands huren of pachten van het Werkvoorzieningschap;
Van het (hierboven) bepaalde onder lid 1 c kunnen Gedeputeerde Staten ontheffing verlenen.
Het lid van het Algemeen Bestuur dat in strijd met lid 1 van dit artikel handelt, kan worden
geschorst door het Algemeen Bestuur.
HOOFDSTUK 7
Artikel 29A
Onverenigbare bezigheden en betrekkingen
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningschap Oostelijk Zuid Limburg