Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 6

Het Algemeen Bestuur

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningschap Oostelijk Zuid Limburg

1.. Aan het algemeen bestuur worden alle bevoegdheden overgedragen die nodig zijn om de doelstelling als genoemd in artikel 2 te verwezenlijken, tenzij die bevoegdheden bij wet of bij deze Regeling aan een ander bestuursorgaan zijn toegekend/overgedragen. 2.. De portefeuillehouders sociale zaken en/of arbeidsmarktbeleid van de Gemeenten hebben qualitate qua zitting in het Algemeen Bestuur. De leden hebben zitting voor een tijdvak, gelijk aan dat van de zittingsduur van leden van de Colleges, met dien verstande dat zij in het Algemeen Bestuur zitting blijven houden tot aan het tijdstip dat (zijn of haar) opvolger zijn portefeuille heeft aanvaard en aanwijzing als lid van het Algemeen Bestuur heeft aanvaard. 3.. Het Algemeen Bestuur kiest uit zijn midden een Voorzitter en een plaatsvervangend Voorzitter. 4.. Hij/zij die ophoudt lid te zijn van het college van Burgemeester en wethouders, namens welke hij/zij lid is van het Algemeen Bestuur, houdt onverminderd het bepaalde in de laatste zijn van lid 2 van dit artikel, van rechtswege op lid te zijn van het Algemeen Bestuur. 5.. Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur is onverenigbaar met de hoedanigheid van Werknemer. Deze onverenigbaarheid bestaat eveneens ten aanzien van het Personeel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel