Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 8

Intrekkingsgronden

Onderdeel van Speelautomatenhalverordening Etten-Leur 2016

De burgemeester kan de vergunning intrekken: a. indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; b. indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder e; c. indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen; d. indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken; e. op het moment dat de aanwezigheidsvergunning onherroepelijk is ingetrokken of geweigerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel