Er is gekozen voor vaststelling van de referteperiode op 36 maanden voorafgaand aan de peildatum. Hiermee is invulling gegeven aan het begrip ‘langdurig’. Een referteperiode van vijf jaar, zoals artikel 36 WWB tot 1 januari 2009 voorschreef, wordt als te lang ervaren. De belangrijkste reden om de referteperiode te verkorten is dat al na drie jaar leven op of rondom bijstandsniveau dit problemen oplevert voor het reserveren van financiële ruimte voor onverwachte uitgaven. Ook door het Nibud wordt aangegeven dat drie jaar een periode is waarna de reserveringsmogelijkheden minimaal worden.
In de verordening wordt aangegeven dat wanneer iemand een korte periode heeft gewerkt (maximaal 12 weken), dit geen effect heeft op de referteperiode. Hiermee wordt gestimuleerd dat mensen gaan werken, waarbij hen wel de zekerheid wordt geboden dat - wanneer werken niet lukt - dit geen effect heeft op de financiële ondersteuning die de langdurigheidstoeslag biedt.
Het begrip ‘laag inkomen’ wordt ingevuld als een inkomen dat niet hoger is dan 100% van de toepasselijke bijstandsnorm. Er is bewust niet gekozen om het recht op langdurigheidstoeslag ook toe te kennen bij een inkomen boven bijstandsniveau. Hiervoor zijn verschillende redenen. Ten eerste omdat verhoging van de grens ongewenste armoedevaleffecten met zich kan meebrengen. Weliswaar kunnen die effecten zich ook voordoen bij de grens van 100%, maar de verwachting is dat mensen die uitstromen doorgaans een dermate hoger inkomen ontvangen dat het verlies van de langdurigheidstoeslag feitelijk minder wordt gevoeld. Ten tweede omdat een verhoging van de inkomensgrens voor langdurigheidstoeslag teveel het generieke inkomensbeleid van het rijk doorkruist met inkomengerelateerde maatregelen zoals huur- en zorgtoeslag. Ten derde valt het in aanmerking laten komen van belanghebbenden met een inkomen van bijvoorbeeld 110% of 120% niet te rijmen met de wettelijke uitsluiting van belanghebbenden van 65 jaar of ouder. Ten vierde is het zo dat, ook al hebben mensen met een inkomen net boven de 100% geen recht meer op langdurigheidstoeslag, zij nog wel aanspraak maken op veel andere inkomensondersteunende maatregelen van de gemeente Zoetermeer (zoals: collectieve ziektekostenverzekering, ZoetermeerPas, bijzondere bijstand, tegemoetkoming schoolkosten).
Artikel 3
Langdurig, laag inkomen
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Zoetermeer 2009