In dit artikel wordt invulling gegeven aan de wettelijke verplichting om in de verordening de hoogte van de langdurigheidstoeslag vast te leggen. Voor de hoogte van de bedragen van de langdurigheidstoeslag 2009 zijn de bedragen overgenomen die het ministerie van SZW in december 2008 in haar normenbrief heeft vermeld. Om na 2009 niet jaarlijks de verordening aan te hoeven passen, beweegt de hoogte van de toeslag jaarlijks automatisch mee met de bijstandsnorm. Omdat de bijstandsnormen in beginsel twee maal per jaar worden geïndexeerd en de langdurigheidstoeslag maar eenmaal, wordt steeds de vergelijking gemaakt met de normen van 1 januari van het voorgaande jaar. Concreet betekent dit dat de bedragen elk jaar per 1 januari worden aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele verschil tussen de gehuwdennorm per 1 januari van dat jaar en de gehuwdennorm van het daaraan voorgaande jaar.
In het derde lid wordt een regeling overeenkomstig artikel 24 WWB gegeven voor situaties waarin bij gehuwden één van beide partners is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 WWB. De WWB voorziet immers niet in een afwijzingsgrond voor de rechthebbende echtgenoot, terwijl daartegen het toekennen van het bedrag voor gehuwden in dergelijke situaties ook niet opportuun is. Dit derde lid gaat alleen in op de situatie dat er bij een echtgenoot sprake is van een uitsluitingsgrond op grond van artikel 11 of artikel 13 lid 1 WWB. Indien één van beide gehuwden niet in aanmerking komt voor het recht op langdurigheidstoeslag wegens het niet voldoen aan de voorwaarden als genoemd in artikel 36 WWB of in deze verordening, hebben beide echtgenoten geen recht op langdurigheidstoeslag. Het recht op deze toeslag komt gehuwden immers gezamenlijk toe. Zij moeten daarom ook allebei, zowel afzonderlijk als gezamenlijk, aan de voorwaarden voldoen.
Artikel 5
Hoogte van de langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Zoetermeer 2009