Naar hoofdinhoud
1.. Gazons Oppervlakte £ 15 m2 Het gras dient in dunne zoden door de aanbieder te worden verwijderd. De zoden moeten met de begroeide kanten tegen elkaar worden opgeslagen, vochtig gehouden worden en zo spoedig mogelijk weer worden aangebracht. Na het aanbrengen dienen de zoden te worden aangedrukt en de snijranden te worden ingeveegd met teelaarde. De zoden dienen tenslotte te worden bewaterd. Indien de zoden niet binnen 48 uur na verwijdering worden teruggezet, dient de aanbieder de zoden af te voeren en het afgewerkte oppervlak over te dragen aan het college. Het college kan naar haar inzicht op kosten van de aanbieder het gazon herstellen. Door middel van een offerte vooraf zal de aanbieder in kennis worden gesteld van de hem ten laste te brengen kosten. Oppervlakte ³ 15 m2 Met behulp van een zodensnijmachine dient het gekozen tracé gras door de aanbieder te worden vrijgemaakt. De uitkomende zoden met een lengte van maximaal 3 m¹ moeten worden opgerold, in depot gezet en nat gehouden. De zoden moeten zo spoedig mogelijk weer worden aangebracht. Na het aanbrengen dienen de zoden te worden aangedrukt en de snijranden te worden ingeveegd met teelaarde. De zoden dienen tenslotte te worden bewaterd. Indien de zoden niet binnen 48 uur na verwijdering worden teruggezet, dient de aanbieder de zoden af te voeren en het afgewerkte geëgaliseerde oppervlak over te dragen aan het college. Het college kan naar haar inzicht op kosten van de aanbieder het gazon herstellen. Door middel van een offerte vooraf zal de aanbieder in kennis worden gesteld van de hem ten laste te brengen kosten. 2.. Bermen Gras in bermen en overig landschappelijk gras dient vooraf door de aanbieder gemaaid en afgevoerd te worden. Na het aanvullen van de grond moet door de aanbieder opnieuw gras van zoveel mogelijk overeenkomstige rassen worden ingezaaid. 3.. Beplanting Beplanting mag niet worden opgenomen of verwijderd dan na instemming van het college. Beplanting, opgenomen in het plantseizoen (1 oktober t/m 15 april), dient door de aanbieder te worden ingekuild en zo spoedig mogelijk weer te worden teruggezet nadat grondverbetering is uitgevoerd, en moet indien nodig voor het terugzet­ten door de aanbieder worden ingekort en bewaterd. Beplanting, opgenomen buiten het plantseizoen (16 april t/m 30 september), dient door de aanbieder te worden afgevoerd. Herbeplanting vindt plaats door of in opdracht van het college in het daarop volgende plantseizoen. De kosten voor herbeplanting en één jaar onderhoud komen voor rekening van de aanbieder. Het college overlegt bij afgifte van het Instemmingsbesluit een kostenopgave welke na afloop van de werkzaamheden separaat toegestuurd wordt aan de aanbieder. Beplanting, opgenomen in het plantseizoen (1 oktober t/m 15 april), welke ondanks de getroffen voorzorgsmaatregelen binnen zes maanden na herbeplanting niet aanslaat kan op kosten van de aanbieder door het college worden vervangen. 4.. Voordat het college tot vervanging, als genoemd in het vorige lid, overgaat zal zij de verantwoordelijke aanbieder hiervan schriftelijk, onder opgave van de geraamde kosten, in kennis stellen. 5.. Grond die in aanvulling is verwerkt in beplantingsvakken of onder gras op een diepte van minder dan 0,80 m, mag na verdichting een conuswaarde hebben van maximaal 2,0 N/mm2. 6.. Bij het verdichten van grond in beplantingsvakken of onder gras mag geen verkneding of structuurbe­derf optreden. 7.. Teelaarde dient niet te worden verdicht.

Rechtspraak bij dit artikel