**1..** Aanvrager kan in aanmerking komen voor een bijdrage in de kosten van peuteropvang voor een ten laste komend kind als:
het een kind betreft in de leeftijd van 2 tot 4 jaar;
het gezamenlijk toetsingsinkomen (art 8 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, Awir) van de ouder(s) niet hoger is dan het maximum in het 14e trede van de kinderopvangtoeslagtabel volgens artikel 1.8 en 1.9 van de Wkkp;
het vermogen van de ouder(s) niet hoger is dan de toepasselijke vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet;
uitgesloten zijn ouders die vallen onder de doelgroep kinderopvangtoeslag volgens artikel 1.6 Wkkp;
uitgesloten zijn ouders met een sociaal-medische indicatie voor kinderopvang volgens de Wmo.
**2..** Voor de vaststelling van het vermogen, genoemd in het eerste lid, zijn de bepalingen van artikel 38 lid 2 en 3 van de nadere regels van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.3.3.
Artikel 41b
Doelgroep
Onderdeel van Nadere regels sociaal domein gemeente Kaag en Braassem 2016