Deze verordening verstaat onder:
begraafplaats: de begraafplaats(en) “Kerkveld” en
“Noorderveld”;
eigen graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan
een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend
tot:
het doen begraven en begraven houden van lijken;
het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of
zonder urnen;
het doen verstrooien van as;
algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een
ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van
lijken;
eigen urnengraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor
voor bepaalde of onbepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend
tot:
het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of
zonder urnen;
het doen verstrooien van as;
asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;
verstrooiingsplaats: een permanent daartoe bestemd terrein waarop as
wordt verstrooid, dan wel een plaats waarvoor voor bepaalde of
onbepaalde tijd het recht is verleend om as te doen
verstrooien;
rechthebbende: degene aan wie een uitsluitend recht als bedoeld in
artikel 28 van de Wet op de Lijkbezorging is verleend.
gedenkteken: een object, hieronder mede begrepen één of meer kruisen
en/of één of meer zerken, opgericht ter nagedachtenis van de
overledene.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2010