Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk XIII

Artikel 36

Opheffing

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Kempisch Bedrijvenpark

De regeling wordt opgeheven wanneer de datum zoals bedoeld in artikel 38 is verstreken, of zoveel eerder wanneer de raden van alle deelnemende gemeenten, al dan niet op basis van een voorstel van het algemeen bestuur, daartoe besluiten“, een en ander met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 van de wet. In geval van opheffing van de regeling, besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling – met uitzondering van het bepaalde in artikel 31.3 en van het bepaalde in artikel 36 – worden afgeweken. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld. Het behoeft de goedkeuring van Gedeputeerde Staten. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van het Kempisch Bedrijvenpark over de deelnemers te verdelen op een in het liquidatieplan te bepalen wijze. Voorts voorziet het liquidatieplan in de gevolgen die de opheffing voor het personeel van het Kempisch Bedrijvenpark heeft. Zo nodig blijven de bestuursorganen van het Kempisch Bedrijvenpark ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie is beëindigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel