Op een schriftelijke aanvraag van de belastingplichtige wordt de belasting met betrekking tot de nog niet aangevangen belastingjaren ineens geheven.
De alsdan te heffen belasting is gelijk aan de contante waarde van de belastingbedragen welke geheven zouden zijn - beoordeeld naar de omstandigheden bij het begin van het belastingjaar waarin de aanvraag wordt gedaan - voor elk van die nog niet aangevangen belastingjaren.
De contante waarde bedoeld in het vorige lid, wordt berekend naar een rentevoet van 10 3/4% per jaar.
Een aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, moet vóór 1 mei van het belastingjaar schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeente-ambtenaar.
VRIJSTELLINGEN
ARTIKEL 10
De in artikel 1 bedoelde belasting wordt niet geheven ter zake van:
onroerende zaken welke in hoofdzaak worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente en waarvan de gemeente genothebbende is;
straatmeubilair, waaronder worden verstaan alle zodanig gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;
landwegen, parkeerplaatsen, plantsoenen, parken en waterpartijen, indien deze bij de gemeente in beheer zijn of de gemeente daarvan het genot heeft krachtens zakelijk recht;
onroerende zaken welke uitsluitend dienen tot bewoning;
onroerende zaken welke ten behoeve van het kleuter- en/of basisonderwijs worden gebruikt;
onroerende zaken welke gebruikt worden als garage- en/of carrosseriebedrijf;
onroerende zaken welke dienen als arts-praktijk;
onroerende zaken welke in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor openbare bijeenkomsten van genootschappen op geestelijke grondslag - andere dan kerkgenootschappen - die rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zijn, voor het gezamenlijk beleven van en zich bezinnen op de aan die genootschappen ten grondslag liggende levensovertuiging.
ARTIKEL 11
NADERE REGELS DOOR HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de baatbelasting.
INWERKINGTREDING, CITEERTITEL, OVERGANGSBEPALING
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van een baatbelasting winkelerf Hoensbroek-centrum 1981