23.In deze bepaling is, in aansluiting op de voorrangsregels voor urgent-woningzoekenden op regulier woningzoekenden, een regeling getroffen voor het geval waarin er meer dan één urgent-woningzoekende in aanmerking komt voor dezelfde woonruimte. Qua inrichting komt deze regeling overeen met ‘variant 2’ van het VNG-model (de eenvoudigste bepaling wanneer de verordening niet ziet op toepassen van het schaarste-instrumentarium uit de Hv14).
Gezien de diversiteit aan urgentiecriteria en de omvang van het “bedieningsgebied” (door het principe van uitwisselbaarheid kan een urgent-woningzoekende in het gehele Stedelijk Gebied Eindhoven worden gehuisvest) is het aantal keren dat de rangorderegeling geraadpleegd moet worden naar verwachting gering. Er is daarom gekozen voor een minimale systematiek. Alleen statushouders en uitstroom blijf-van-mijn-lijf zijn geprioriteerd. De overige urgent-woningzoekenden worden gehuisvest op het moment dat er voor hen een passende woning beschikbaar is, waarbij een regeling is getroffen voor het onverhoopte geval dat een exact dezelfde urgentiesituatie zich gelijktijdig voordoet.
Mocht de gekozen rangordebepaling in de praktijk tegen problemen aanlopen is in het tweede lid de bevoegdheid aan het college gegeven om nadere regels stellen tot bijsturing van negatieve effecten.