Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend
krachtens de verordening bedoeld in artikel 36, tweede lid,
blijven - indien en voorzover het gebod of het verbod waarop de
vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze
verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of
ingetrokken - nog gedurende 2 ja(a)r(en) maximaal na de
inwerkingtreding van deze verordening van kracht.
Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordening
bedoeld in artikel 36, tweede lid, blijven - indien en voor
zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en
beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening
en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken -
nog gedurende 2 ja(a)r(en) maximaal na de inwerkingtreding van
deze verordening van kracht.
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing - hoe
ook genaamd - op grond van de verordening bedoeld in artikel 36,
tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van
inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag
is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de
onderhavige verordening toegepast.
Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel
voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of
na het tijdstip bedoeld in artikel 36, eerste lid, is ingekomen
binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met
toepassing van de verordening bedoeld in artikel 36, tweede
lid.
In afwijking van het eerste lid bepaalde, blijft een vergunning
of ontheffing - hoe ook genaamd - van kracht, totdat
onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens
een in deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod
vereiste vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten
minste acht weken voor afloop van de in het eerste lid genoemde
termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend.
Gebod- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of
ontheffing vereist is krachtens deze verordening en niet
voorkomend in de verordening als bedoeld in artikel 36, tweede
lid zijn niet van toepassing:
gedurende 6 weken na het in werking treden van deze
verordening;
ook na de onder a bepaalde termijn, voor zover degene die de
vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een
aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze aanvraag
is beslist.
Aanschrijvingen gedaan op grond van of krachtens de APV
Leiderdorp 1999 blijven ook na inwerkingtreding van deze
verordening van kracht.
De intrekking van de APV Leiderdorp 1999 heeft geen gevolgen
voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen
nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en voorzover de
rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook
vervat is in deze verordening en voorzover zij niet eerder zijn
vervallen of ingetrokken.