De duur van de vakantie zoals opgenomen in artikel 6:2 wordt afhankelijk van de leeftijd die de ambtenaar in het desbetreffende kalenderjaar bereikt, verhoogd overeenkomstig de hierna volgende tabel:
Leeftijd
Verhoging
18 jaar of jonger
21,6 uren
19 jaar
14,4 uren
20 jaar
7,2 uren
van 30 t/m 39 jaar
7,2 uren
van 40 t/m 44 jaar
14,4 uren
van 45 t/m 49 jaar
21,6 uren
van 50 t/m 54 jaar
28,8 uren
van 55 jaar en ouder
43,2 uren
Bovendien wordt het verlof van de ambtenaar verhoogd met 7,2 uur
Hoofdstuk
Artikel 6:2:1:1