Naar hoofdinhoud
1.. Algemene voorzieningen: Dit zijn voorzieningen, met name diensten of een combinatie van dienst en product, die weliswaar niet bestemd zijn voor, noch te gebruiken zijn door alle inwoners; anderzijds zijn ze door iedereen waarvoor ze wel bedoeld zijn op eenvoudige wijze, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure, te verkrijgen of te gebruiken . Voorbeelden zijn: De dagrecreatie voor ouderen De sociale alarmering De boodschappenservice, de vrijwillige boodschaphulp De maaltijdservice K Klusjesdiensten De (ramen)wasservice De rolstoel-pools en scootmobiel-pools voor incidentele situaties Kortdurende huishoudelijke hulp Kinderopvang in al zijn verschijningsvormen Een algemene voorziening is dus per definitie geen Wmo maatwerkvoorziening en de Wmo-regels rond eigen bijdragen gelden niet. 2.. Algemeen gebruikelijke voorziening: Volgens de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep is een voorziening, met name producten, algemeen gebruikelijk als het gaat om een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een handicap, zodat de voorziening ook op grote schaal door niet-gehandicapten wordt gebruikt, die gewoon in een normale winkel te koop is en niet speciaal in de revalidatie-vakhandel of soortgelijke winkels en die qua prijs vergelijkbaar met soortgelijke producten. De Centrale Raad heeft aangegeven dat als het gaat om vervanging van een zaak die (nog lang) niet afgeschreven is en als het gaat om een persoon die een inkomen heeft dat door onvermijdbare kosten op grond van de handicap onder de bijstandsnorm komt, wellicht een uitzondering op dit principe gemaakt moet worden. 3.. Besluit: Het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Wormerland. 4.. Centraal Administratie Kantoor (CAK): Het CAK berekent en incasseert de eigen bijdragen voor de Wmo 2015. 5.. Collectieve voorzieningen: Dit zijn Wmo-voorzieningen die individueel worden verstrekt maar die toch door meerdere personen tegelijk worden gebruikt. Tot nu toe is het aanvullend openbaar vervoer het meest duidelijke voorbeeld. 6.. Gebruikelijke hulp: De normale, dagelijkse ondersteuning die partners of ouders en inwonende kinderen of anderen met wie een gezamenlijk huishouden wordt gevoerd, geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden. Met dit begrip wordt het uitgangspunt bedoeld op grond waarvan er in eerste instantie wordt bekeken of de (extra) werkzaamheden binnen de leefeenheid zelf vallen te organiseren. Als één van de gezinsleden uitvalt, is het immers heel gewoon dat de andere gezinsleden diens taken overnemen. Ondersteuning bij het huishouden is pas aan de orde als huisgenoten de noodzakelijke taken niet op een verantwoorde manier kunnen bieden of daar te zwaar door worden belast. Dit kan bijvoorbeeld als een huisgenoot ook beperkingen heeft, waardoor huishoudelijke werkzaamheden niet (volledig) kunnen worden uitgevoerd. Een uitzonderingspositie bij de beoordeling van de behoefte aan gebruikelijke hulp hebben kinderen: van hen wordt een bijdrage gevraagd die past bij hun leeftijd. Vanaf 18 jaar wordt verwacht dat deze meerderjarige huisgenoot de taken op het gebied van huishouden volledig kan compenseren. 7.. Gesprek: Gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet. Met dit gesprek wordt het onderzoek bedoeld dat na de melding door de cliënt plaats dient te vinden, waarbij beoordeeld wordt wat de cliënt zelf kan met inzet van alle mogelijkheden waaronder een algemene voorziening en waarvoor als het probleem door de cliënt zelf niet (voldoende) opgelost kan worden, een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget verstrekt moet worden. 8.. Hulpvraag: Behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet. De hulpvraag wordt tijdens het onderzoek verduidelijkt. Dan wordt beoordeeld of de cliënt op eigen kracht in staat is het probleem op te lossen of niet. Als dit wel het geval is zal er geen maatwerkvoorziening worden verstrekt. Anders kan een maatwerkvoorziening of een persoonsgeboden budget verstrekt worden. 9.. Ingezetene: Cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Wormerland. Over het algemeen zal het gaan om een cliënt die ook in Wormerland staat ingeschreven. Als dat niet het geval is zal conform vaste jurisprudentie beoordeeld moeten worden of de cliënt de meeste nachten per jaar in Wormerland doorbrengt of in een andere gemeente. Het hoofdverblijf is dan in de gemeente waar de cliënt feitelijk de meeste nachten per jaar doorbrengt. 10.. Inkomen: Het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde dan wel de gehuwde personen tezamen vastgesteld op grond van het verzamelinkomen bedoeld in de Wet inkomstenbelasting of in de overige gevallen op grond van het belastbaar loon bedoeld in de Wet op de loonbelasting in het peiljaar. Het peiljaar is het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin aan een maatwerkvoorziening is verleend. 11.. Leefeenheid: Een eenheid bestaande uit alle huisgenoten met wie de persoon met beperkingen duurzaam een huishouding voert. De leefeenheid betreft een gezamenlijke huishouding zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 en 5 van de wet. Van een gezamenlijke huishouding is in ieder geval sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. Denk bijvoorbeeld aan gehuwden, het hebben van een samenlevingscontract, broer en zus met gezamenlijke huur, het hebben van een kind waarvan de huisgenoot het kind heeft erkend. 12.. Maatschappelijke ondersteuning: bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld, ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking en/ of met chronische psychische en/ of psychosociale problemen, zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving, bieden van beschermd wonen en opvang; De maatschappelijke ondersteuning richt zich op 3 soorten voorzieningen: de algemene en preventieve voorzieningen ten behoeve van alle burgers van de gemeente en dan toegespitst op de personen met een beperking; de maatwerkvoorzieningen en persoonsgebonden budgetten voor het bevorderen van participatie en zelfredzaamheid en het bieden van een beschermde woonsituatie en zo nodig opvang. De eerste groep is preventief en voor zover niet preventief voor iedereen vrij toegankelijk, de tweede en de derde groep verstrekkingen is beschikbaar na een melding en het daaropvolgende traject. 13.. Maatwerkvoorziening: Op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen, ten behoeve van beschermd wonen en opvang. De maatwerkvoorziening is de verstrekking in de tweede en derde groep van de maatschappelijke ondersteuning (zie 12). De maatwerkvoorziening biedt maatwerk, want hij is afgestemd op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon. Een maatwerkvoorziening is gericht op: zelfredzaamheid, waar ook ontlasting van de mantelzorger toe gerekend wordt, en kan het hele scala van verstrekkingen bevatten. participatie en kan het hele scala van verstrekkingen bevatten. beschermd wonen en opvang en biedt dan een voorziening op maat. 14.. Mantelzorg: Hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Gebruikelijke hulp (6) en mantelzorg zijn elkaar uitsluitende begrippen. Mantelzorg is zorg, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, door personen uit diens directe omgeving waarbij de zorg/hulpverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie. Niet alle zorg, die mensen aan hun naaste bieden, is mantelzorg. Mantelzorg is alleen die zorg of hulp, die de gebruikelijke zorg/hulp in zwaarte, duur en/of intensiteit overstijgt. 15.. Mantelzorger: Een persoon die mantelzorg verleent, zoals benoemd in 14. 16.. Melding: Kenbaar maken van de hulpvraag aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet. De melding is het startpunt van de reeks onderzoek (gesprek) verslag met eventueel als gevolg een aanvraag en een beschikking. Voor deze hele procedure is in totaal een termijn van 6 + 2 = 8 weken beschikbaar. 17.. Persoonsgebonden budget: Persoonsgebonden budget is een bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken. Het persoonsgebonden budget is één van de mogelijkheden tot verstrekking, naast de voorziening in natura. Het persoonsgebonden budget is een trekkingsrecht en wordt alleen toegekend als men in staat is de consequenties van het persoonsgebonden budget te overzien of als er een persoon is die dat namens cliënt verantwoord kan doen. Verder moet de cliënt motiveren dat hij of zij een persoonsgebonden budget wil, als men een persoonsgebonden budget wil aanvragen. 18.. Sociaal netwerk: Personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt. Tot het sociale netwerk van een cliënt horen alle personen die een cliënt kent en met wie hij meer heeft dan alleen maar een vluchtig contact, maar met wie hij een sociale relatie heeft. Deze sociale relatie zal in ieder geval wederzijds moeten zijn. 19.. Verordening: De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Wormerland 2015. 20.. Verstrekking: Een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget. 21.. Voorliggende voorziening: Voorliggende voorzieningen kunnen zijn algemeen gebruikelijke voorzieningen, algemene voorzieningen of collectieve voorzieningen.. Bij deze voorzieningen is de functie bepalend: zij gaan voor maatwerkvoorzieningen voorzieningen. 22.. Vrijwilliger: Een persoon die onverplicht en onbetaald werkzaamheden verricht ten behoeve van andere mensen of de samenleving. 23.. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 24.. Wettelijk voorliggende voorziening: De wettelijk voorliggende voorzieningen zijn die voorzieningen in wetgeving en in regelgeving vastgelegd, die voorgaan op de Wmo. Te denken valt hierbij aan onder meer de Zorgverzekeringswet en de Wet Langdurige Zorg. Als een wettelijk voorliggende voorziening het probleem kan oplossen is er geen aanspraak op maatschappelijke ondersteuning op grond van de Wmo. 25.. Zelfredzaamheid: Het vermogen tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Algemeen dagelijkse levensverrichtingen zijn alle handelingen die te maken hebben met het lichaam en dagelijks gedaan moeten worden, zoals wassen, aankleden, toiletgang, haren wassen, eten en slapen. Het merendeel van de algemene dagelijkse levensverrichtingen valt niet onder de Wmo maar onder de Zvw (Zorgverzekeringswet).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel