Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.3.

Artikel 8

Vervoersvoorzieningen

Onderdeel van Nadere regels voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2016

8.1 Hoogte persoonsgebonden budget rijdend hulpmiddel Het toe te kennen eenmalig persoonsgebonden budget voor de aanschaf van een rijdend hulpmiddel is gelijk aan de huurprijs per maand van de voorziening zoals die bij een verstrekking in natura in bruikleen door het college aan de contractleverancier betaald zou worden, vermenigvuldigd met de gemiddelde levensduur (zie bijlage 2: gemiddelde levensduur hulpmiddelen Bvmo gemeente Berg en Dal 2016). In dit bedrag zijn de kosten van instandhouding, zoals onderhoud, reparatie en indien van toepassing, verzekering reeds opgenomen. Reparatiekosten die niet onder het onderhoudscontract vallen, worden, na goedkeuring van de offerte, vergoed op basis van de werkelijk gemaakte kosten. 8.2 Hoogte persoonsgebonden budget trainingen gesloten buitenwagen en scootmobiel. Het toe te kennen eenmalig persoonsgebonden budget voor een training om deel te nemen aan het verkeer met een gesloten buitenwagen of scootmobiel is gelijk aan de werkelijke kosten van de training zoals die door de gemeente in natura is ingekocht, met een maximum van 5 lessen. 8.3 Hoogte persoonsgebonden budget voor gebruik van een (eigen) auto of (rolstoel) taxi Ingeval een eenmalig persoonsgebonden budget wordt verstrekt voor gebruik van een (eigen)auto of een (rolstoel) taxi, is de hoogte daarvan afhankelijk van de feitelijke vervoersbehoefte waarbij wordt uitgegaan van een maximale vervoersbehoefte van 2250 kilometer per jaar. Het eenmalig persoonsgebonden budget dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een (eigen) auto bedraagt € 0,19 per kilometer. Het eenmalig persoonsgebonden budget dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een taxi bedraagt (conform de maximumtarieven taxi 2014) € 2,12 per kilometer. Het eenmalig persoonsgebonden budget dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt (conform de maximumtarieven taxibus 2014) € 2,67 per kilometer. Wanneer in het specifieke individuele geval wordt vastgesteld dat de vervoersbehoefte, die nodig is om maatschappelijk te participeren naar het oordeel van het college, groter is dan 2250 kilometer per jaar, kan een hoger eenmalig persoonsgebonden budget verstrekt worden. 8.4.Kinderen Het toe te kennen eenmalig persoonsgebonden budget dat wordt verstrekt voor gebruik van auto, taxi of rolstoeltaxi door kinderen bedraagt: Bij kinderen > 4 jaar en < 12 jaar: de helft van het bedrag zoals genoemd in artikel 8.3 van dit Besluit; Bij kinderen >12 jaar: het volledige bedrag zoals genoemd in artikel 8.3 van dit Besluit; 8.5 Echtgenoten Indien de behoeften van echtgenoten samenvallen en gebruik kan worden gemaakt van dezelfde vervoersvoorziening, wordt aan beiden maximaal de helft van een enkele vergoeding toegekend van het van toepassing zijnde persoonsgebonden budget. Indien de behoeften van echtgenoten niet samenvallen, wordt aan hen samen niet meer dan anderhalf maal een enkele vergoeding toegekend. 8.6 Vermindering persoonsgebonden budget bij personen met een (eigen) vervoermiddel: Het toe te kennen eenmalig persoonsgebonden budget dat wordt verstrekt voor gebruik van eigen auto, taxi of rolstoeltaxi wordt verminderd met 40% indien belanghebbende gebruik kan maken van een al of niet gesubsidieerd vervoersmiddel waarmee belanghebbende (deels) zelfstandig in de vervoersbehoefte kan voorzien. 8.7.Noodzakelijke begeleiding Het bedrag in verband met noodzakelijke begeleiding wordt achteraf op declaratiebasis vergoed tegen het tarief van het openbaar vervoer. Dezelfde vergoeding geldt bij noodzakelijke reiskosten voor de mantelzorger bij verplaatsingen tussen de eigen woning en die van belanghebbende.

Rechtspraak bij dit artikel