**1..** De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad.
**2..** Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen.
**3..** De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.
**4..** De fractie kan een lid of een plaatsvervangend lid ontslaan.
**5..** De voorzitter en zijn plaatsvervanger kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad.
**6..** Een lid en zijn plaatsvervanger kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan hun fractie.
**7..** Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger door de raad is benoemd respectievelijk door de fractie is aangewezen.
**8..** Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad respectievelijk de fractie zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan, met inachtneming van de artikelen 4 en 5.
**9..** Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat door die fractie is aangewezen van rechtswege. Die fractie is alsdan niet langer gerechtigd een persoon die op de kandidatenlijst voorkomt aan te wijzen.
HOOFDSTUK 2
Artikel 6
Zittingsduur en vacatures
Onderdeel van Verordening raadscommissies Schouwen-Duiveland 2007