Naar hoofdinhoud
1. . Het college kan de belanghebbende opdragen om naar vermogen een tegenprestatie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de wet te verrichten. 2. De raad behoudt zich het recht voor om, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8a, eerste lid, onder b, en artikel 9, eerste lid, onder c, van de wet, nadere of aanvullende regels te stellen met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid. 3. De belanghebbende is, behoudens het bepaalde in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de wet, vrij in de keuze van de door hem te verrichten tegenprestatie, voor zover deze de inschakeling in de arbeid niet belemmert.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel