Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden 2016

Aanduidingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens; Achtererf: het gedeelte van het erf tussen de achtergevellijn en de aan de achterzijde van het hoofdgebouw gelegen erfgrens; Activiteit: een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder a en c Wabo. Achtergevel: de meest achterwaarts gelegen gevel van een hoofdgebouw; Antenne-installatie: het geheel van één of meerdere antennes, antennedrager, bedrading en apparatuur- of techniekkast met bijbehorende bevestigingsconstructie dat gebruikt wordt voor het verzenden en/of ontvangen van radiofrequente elektromagnetische velden; Bebouwde kom in de zin van artikel 4 van bijlage II van het Bor: een gebied waarbij sprake is van een structurele samenhang van bebouwing; Bebouwingsvlak: een op de plankaart aangegeven vlak, waarbinnen ingevolge het bestemmingsplan de hoofdgebouwen moeten worden geplaatst; Bedrijfsmatig gebruik van een woning: het gebruik van (een gedeelte van) een woning en/of een bijbehorend bouwwerk voor het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, in tegenstelling tot een beroepsmatig gebruik van een woning, gericht op consumentenverzorging geheel of overwegend door middel van handwerk, waarvan de omvang zodanig is dat de woonfunctie behouden blijft en waarvoor geen meldingsplicht op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer geldt en de activiteit milieu niet omgevingsvergunningplichtig is; Beroepsmatig gebruik van een woning: het gebruik van (een gedeelte van) een woning en/of een bijbehorend bouwwerk voor een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en een bijbehorend bouwwerk met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; Bijbehorend bouwwerk: een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; Bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond dat een eenheid vormt in gebruik, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegestaan; Bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels van een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; Centrumgebied: de gebieden die zijn aangewezen als horecaontwikkelingsgebied in de Ontwikkelingsvisie horeca Schouwen-Duiveland; Dakopbouw: een gedeeltelijke of complete nieuwe verdieping welke op een bestaand gebouw wordt geplaatst, een nokverhoging of een optrekking van de gevel; Dakkapel: een bescheiden, en aan alle zijden door het oorspronkelijke dakvlak omgeven, uitbouw in de kap, bedoeld om de lichttoetreding te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten; Dienstverlening: het bedrijfsmatig aanbieden, verkopen en/of leveren van diensten aan personen zoals reisbureaus, kapsalons, wasserettes, autorijschool en videotheek; Erf: het al dan niet bebouwde perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; Gastenverblijf: een bijbehorend bouwwerk welke ten dienste staat van een woning en welke uitsluitend gebruikt wordt om niet-commercieel logies te bieden aan personen die elders hun hoofdverblijf hebben; Gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; Hoofdgebouw: eengebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op de bestemming het belangrijkst is; Huisvesting in verband met mantelzorg: huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning; Mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; Milieudeskundige: een deskundige inzake milieuhygiëne, bijvoorbeeld de gemeentelijk medewerker milieu; Peil: voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk grenst aan een weg: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang. Bij ligging in het water: de gemiddelde hoogte van de aangrenzende oevers. In andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; Permanente bewoning: de bewoning van een ruimte als hoofdverblijf; Project: een project als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder a en c Wabo. Recreatiewoning: een gebouw bestemd voor recreatief nachtverblijf voor personen die hun hoofdverblijf elders hebben; Samenhangend straat- en bebouwingsbeeld: een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling; een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; de cultuurhistorische samenhang van de omgeving; Voorgevel van een hoofdgebouw: de meest naar de wegzijde gekeerde gevel van een hoofdgebouw; Voordakvlak: het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw en het dakvlak aan de zijkant, van een gebouw voor zover dat dakvlak gekeerd is naar het openbaar toegankelijk gebied; Waarborgzone: een zone vanuit de as van een weg aan weerszijden van de weg opgenomen op de plankaart of in de planregels van het vigerende bestemmingsplan, bedoeld om de verkeersplanologische functie van de weg veilig te stellen; WMC: de Welstands- en Monumenten Commissie Zijerf: een gedeelte van het erf dat aan de zijkant van een hoofdgebouw is gelegen; Zijgevel: een gevel van een hoofdgebouw, die niet een voorgevel of een achtergevel is; Zijgevellijn: een denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een hoofdgebouw tot aan de perceelsgrenzen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel