Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m

Onderdeel van Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden 2016

Het wettelijke kader luidt als volgt: Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van een bestemmingsplan een omgevingsvergunning verlenen voor een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m. Hiervoor geldt de volgende specifieke beleidsregel: Onder de onderstaande aanvullende voorwaarden kan in afwijking van het bestemmingsplan medewerking worden verleend aan een omgevingsvergunning voor een antenne-installatie: De antenne-installatie mag als zelfstandige mast worden geplaatst, mits gemotiveerd wordt dat er geen mogelijkheid is tot site-sharing op een bestaande mast of plaatsing op een nabijgelegen bouwwerk, zoals een gebouw of windturbine; De antenne-installatie wordt in principe niet geplaatst in de directe nabijheid van een zelfstandige mast; De antenne-installatie wordt in principe geplaatst in de directe nabijheid van bestaande bebouwing; Ten aanzien van de locatiekeuze dient de volgende volgorde te worden gehanteerd: Bedrijventerrein/industriegebied; Jachthavens, sportvelden, verkeersknooppunten en parkeerplaatsen; Buitengebied. Plaatsing van een zelfstandige mast in de directe nabijheid van een woongebied is niet wenselijk; De antenne-installatie mag geen afbreuk doen aan de visuele kwaliteit van een gebouw en/of de omgeving; De antenne-installatie mag in principe niet geplaatst worden in een beschermd natuurgebied; De antenne-installatie moet voldoen aan redelijke eisen van welstand; De antenne-installatie moet voldoen aan de normen uit het Nationaal Antennebeleid; De antenne-installatie biedt de mogelijkheid tot site-sharing; Het plan wordt voor advies voorgelegd aan de stedenbouwkundige; Afhankelijk van de locatie dient de installatiekast landschappelijk te worden ingepast; Indien noodzakelijk wordt er een overeenkomst gesloten voor de landschappelijke inpassing.

Rechtspraak bij dit artikel