Naar hoofdinhoud
1. De directeur is ten aanzien van de besluiten en betalingen, bedoeld in artikel 2, gemachtigd om gedeputeerde staten en de provincie te vertegenwoordigen tijdens (hoor)zittingen in het kader van bezwaar- en gerechtelijke procedures. Daartoe behoort de bevoegdheid om namens Gedeputeerde Staten verweerschriften, pleitnota’s of andere schriftelijke stukken over te leggen voor zover dit past binnen de vertegenwoordiging als hiervoor genoemd. 2. Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing, in die zin dat ook schriftelijk ondermandaat kan worden verleend aan de onder hem ressorterende juristen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel