Wat wordt verstaan onder een vervoersvoorziening?
De Wmo 2015 bevat geen definitie van het begrip vervoersvoorziening. Het is dus aan de gemeente zelf om te bepalen wat hieronder wordt verstaan. In Oosterhout gaan we ervan uit dat een vervoersvoorziening een voorziening is, die de cliënt in staat stelt zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel. Het lokaal verplaatsen is gericht op deelname aan het maatschappelijke verkeer door het aanbod van:
deur-tot-deur-vervoer;
deur-tot-halte-vervoer;
halte-tot-halte-vervoer;
voorzieningen in natura.
Het Wmo-vervoersgebied is beperkt tot maximaal vijf OV-zones. Daarbij is overwogen dat zorgvragers aansluitend vervoer (trein) moeten kunnen bereiken. Het NS-station van Tilburg is daarbij (in verband met toegankelijkheid) als verste reisdoel gekozen.
Daarnaast kan medisch noodzakelijke begeleiding worden toegekend indien:
de cliënt voor zijn deelname aan het maatschappelijke verkeer afhankelijk is van een Wmo-vervoersvoorziening en deze ook is toegekend;
de begeleiding tijdens het vervoer medisch noodzakelijk is;
de medisch begeleider altijd moet meereizen, ook bij wisselende beperkingen.
Personen van 16 jaar en ouder zonder functiebeperking mogen fungeren als medisch begeleider. De medisch begeleider moet in staat zijn tot het verrichten van medische handelingen die nodig zijn in verband met de handicap van de cliënt.
Weigeringsgronden
Zie artikel 4 van de verordening voor de weigeringsgronden (bijlage 2).
Algemeen gebruikelijke vervoersvoorzieningen
Vervoermiddelen die niet specifiek voor mensen met een functiebeperking op de markt worden gebracht, worden beschouwd als algemeen gebruikelijke voorzieningen. Daartoe worden in ieder geval gerekend:
fiets;
fiets met hulpaandrijving;
fiets met lage instap en/of trapondersteuning;
tandem;
brom- of snorfiets;
brom- of snorscooter;
auto.
Ondanks het feit dat bovengenoemde voorzieningen als algemeen gebruikelijk zijn aangemerkt, kan dit niet automatisch tot een afwijzing van een verzoek leiden. Of één van deze vervoermiddelen ook voor de cliënt algemeen gebruikelijk is, moet namelijk aan de hand van de concrete omstandigheden in de individuele situatie worden beoordeeld. Deze voorzieningen moeten voor de betrokken individuele burger ook daadwerkelijk beschikbaar zijn, financieel gedragen kunnen worden én adequate ondersteuning bieden. Dit zal dus in elk geval specifiek onderzocht moeten worden.
Goedkoopst adequaat
Indien er ná zorgvuldig onderzoek in een concreet geval meerdere voorzieningen afdoende ondersteuning bieden, moet de goedkoopst adequate voorziening worden aangeboden.
Voorbeeld
Op grond van de beperkingen kan een cliënt in aanmerking komen voor (een) vervoersvoorziening(en). Hij/zij geeft zelf de voorkeur aan een aanpassing van de eigen auto boven een mogelijke deelnemerspas voor de deeltaxi.
Om nu te kunnen bepalen wat in dit geval de goedkoopst adequate voorziening is, moeten we het volgende traject doorlopen:
een onderzoek doen naar de vervoersbehoefte/het te verwachten gebruik van de deeltaxi en de daarmee op jaarbasis gepaard gaande kosten;
het onder a. verkregen bedrag aan kosten vermenigvuldigen met de te verwachten technische levensduur van de vereiste aanpassing aan de auto;
in het geval dat de kosten van de aanpassing van de eigen auto minder of (nagenoeg) gelijk zijn aan de onder b. becijferde kosten deeltaxi, dan kan de aanpassing van de eigen auto als goedkoopst adequaat worden aangemerkt en worden toegekend;
in het geval dat de kosten voor de deeltaxi minder zijn dan de kosten van de aanpassing van de eigen auto, dan geldt de deeltaxi als goedkoopst adequaat en wordt deze toegekend.
Keuzevrijheid
Aan de cliënt moet in principe de keuze tussen een maatwerkvoorziening in natura en een pgb worden geboden, tenzij er sprake is van overwegende bezwaren. Hoewel het verlenen van een deelnemerspas voor het collectief vervoer (deeltaxi) op zich een maatwerkvoorziening is, wordt bij deze voorziening de keuzemogelijkheid niet geboden. Door de mogelijke (veelvuldige) keuze voor een pgb wordt het systeem van het collectief vervoer namelijk ondergraven. In dit geval is er sprake van een overwegend bezwaar voor het bieden van een keuzemogelijkheid.
Dit overwegend bezwaar gaat echter niet zonder meer op voor personen die voor hun verplaatsingen afhankelijk zijn van een combinatie van vervoersvoorzieningen, waaronder collectief vervoer.
Scootmobielpool
Wanneer een cliënt zich bij de gemeente Oosterhout meldt met een vervoersprobleem, dan wordt samen met de cliënt bekeken wat de adequate oplossing is voor dit probleem. Wanneer dit het gebruik van een scootmobiel is, dan wordt de cliënt in principe doorverwezen naar de scootmobielpool. De Wmo-consulent meldt de cliënt hiervoor aan bij Surplus Welzijn.
Uitzondering hierbij zijn de situaties waarin individuele aanpassingen aan de scootmobiel noodzakelijk zijn. In dat geval wordt er een maatwerkvoorziening verstrekt in de vorm van een individuele scootmobiel.
Na drie maanden kan, op verzoek van de cliënt, het gebruik van de scootmobielpool worden geëvalueerd. Als de cliënt meer dan één dag per week gebruik heeft gemaakt van de pool, kan alsnog een maatwerkvoorziening in de vorm van een individuele scootmobiel worden ingezet. Ook inwoners van de gemeente Oosterhout die reeds beschikken over een individuele scootmobiel als Wmo-vervoersvoorziening kunnen overstappen naar de scootmobielpool.
Rolstoelpool
Voor een toelichting op de rolstoelpool zie hoofdstuk 3, paragraaf 2 Rolstoelvoorziening op pagina 9.
Vergoeding oplaadkosten
De accu’s van elektrisch aangedreven vervoersvoorzieningen dienen geregeld opgeladen te worden. Vanwege de geringe kosten en de moeilijke aantoonbaarheid van de kosten worden deze kosten niet vergoed.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1
Vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2016 Gemeente Oosterhout