Een gedraging in strijd met de volgende artikelen van deze verordening is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 3º, Wet op de economische delicten:
Artikel 6: Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens aanwijzing;
Artikel 7: Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen;
Artikel 8: Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan gebruikers van percelen;
Artikel 9: Afzonderlijk ter inzameling aanbieden;
Artikel 10: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel;
Artikel 11: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen;
Artikel 12: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau;
Artikel 13: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau;
Artikel 14: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder inzamelmiddel;
Artikel 15: Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden;
Artikel 18: Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst of andere inzamelaars;
Artikel 19: Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst of andere inzamelaars;
Artikel 20: Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging;
Artikel 21: Achterlaten van straatafval;
Artikel 22: Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen;
Artikel 23: Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren;
Artikel 24: Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal;
Artikel 25: Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden;
Artikel 26: Verbod opslag van afvalstoffen;
Artikel 27: Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden.