**1..** Aan het raadslid dat ophoudt raadslid te zijn, wordt op aanvraag met ingang van de dag van aftreden een uitkering verstrekt, voor zover geen gelijktijdig recht bestaat op een vergoeding voortvloeiend uit een wethouderschap bij de gemeente Coevorden.
**2..** De duur van de uitkering bedraagt 2 maanden per vol jaar als raadslid met een maximumuitkeringsduur van twee jaar.
**3..** De periode van het raadslidmaatschap wordt afgerond naar hele jaren, waarbij een periode van 26 weken of meer wordt afgerond naar boven en een periode van minder dan 26 weken naar beneden wordt afgerond.
**5..** Indien de totale periode minder dan 26 weken bedraagt, wordt de periode naar boven afgerond
**6..** De uitkering vangt aan op de dag, volgend op die waarop het raadslidmaatschap is beëindigd
De uitkering bedraagt gedurende de eerste twaalf maanden 80%, gedurende de volgende twaalf maanden 70% van de laatstelijk genoten tegemoetkoming voor werkzaamheden van raadsleden. Deze uitkering wordt aangepast overeenkomstig de voor raadsleden geldende indexering.
**7..** Indien een aanvraag om uitkering niet binnen een jaar na de mogelijke ingangsdatum daarvan is ingediend, vervalt het recht op uitkering.
**8..** De uitkering wordt uitbetaald in maandelijkse termijnen.
**9..** De uitkering eindigt:
met ingang van de dag, volgende op die, waarop het afgetreden raadslid is overleden;
met ingang van de dag, waarop het afgetreden raadslid wederom wordt benoemd als raadslid.
Hoofdstuk II
Artikel 10
Uitkering bij aftreden
Onderdeel van Verordening voorzieningen raads- en commissieleden en wethouders gemeente Coevorden 2006