Het college weigert de verlening van een persoonsgebonden budget indien:
a. de cliënt het door het college vastgestelde budgetplan niet of niet volledig ingevuld heeft overgelegd;
b. de cliënt weigert het budgetplan desgevraagd met het college te bespreken of, na voor een gesprek daarover te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt;
c. de cliënt, of, indien de cliënt jonger is dan 18 jaar, één van diens ouders of voogden, surseance van betaling heeft aangevraagd of failliet is verklaard;
d. ten aanzien van de cliënt of, indien de cliënt verzekerde jonger is dan 18 jaar, ten aanzien van één van diens ouders of voogden, de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;
e. de cliënt zich niet heeft gehouden aan bij de verstrekking van een eerder persoonsgebonden budget opgelegde verplichtingen;
f. het naar het oordeel van het college onvoldoende aannemelijk is dat met het persoonsgebonden budget zal worden voorzien in toereikende zorg van goede kwaliteit;
g. het ernstige vermoeden bestaat dat de cliënt problemen zal hebben met het omgaan met een persoonsgebonden budget;
h. daardoor de instandhouding van een collectieve voorziening in gevaar komt;
i. op voorhand vaststaat dat binnen korte tijd vervanging van de maatwerkvoorziening nodig is;
j. bekend is dat de cliënt op een zodanige termijn gaat verhuizen dat de afschrijftermijn van de maatwerkvoorziening ten tijde daarvan nog niet zal zijn verstreken.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3
Artikel 2.12
Criteria persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening maatschappelijke zorg gemeente Hardinxveld-Giessendam