Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Boeten, recidive en maatregelen

Onderdeel van Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Weststellingwerf 2015

1.. Indien de belanghebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen inlichtingen verstrekt die van belang zijn of kunnen zijn voor de bepaling van de hoogte, de duur en de voortzetting van de uitkering of de inkomensvoorziening, legt het college een boete op conform de wettelijke bepalingen. 2.. Bij herhaling van de schending van de inlichtingenplicht (recidive), als bedoeld in de artikelen 8, lid 1, onder d, en 60b, van de Participatiewet, worden de bepalingen in de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive toegepast. 3.. Indien de belanghebbende gedragingen vertoont waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt behouden of één van de verplichtingen gericht op arbeidsinschakeling of tegenprestatie op grond van de artikelen 9, 9a, 18, lid 4, en 55, van de Participatiewet, respectievelijk artikel 37 en 38, van de IOAW of IOAZ, niet of onvoldoende worden nagekomen, een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft getoond, als bedoeld in artikel 18, lid 2, van de Participatiewet of zich zeer ernstige misdraagt jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden als bedoeld in artikel 9, lid 6, van de Participatiewet, wordt overeenkomstig de Maatregelverordening een maatregel opgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel