Het is de houder van een openbare inrichting verboden om
buiten aangewezen gebieden zonder vergunning van het
college op een openbare plaats een terras te
exploiteren.
Het college kan in het belang van de openbare orde en
veiligheid, het woon- en leefklimaat en de bruikbaarheid
van de openbare ruimte nadere regels stellen ten aanzien
van terrassen.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de
burgemeester de in het eerste lid bedoelde vergunning
weigeren indien:
**a..** het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert
voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig
gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het
doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
**b..** het terras hetzij op zichzelf, hetzij in relatie met de omgeving
niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand
**c..** moet worden aangenomen dat het woon- en leefklimaat of de
openbare orde in de omgeving van het terras op ontoelaatbare
wijze nadelig wordt beïnvloed.