Indien de burgemeester een hond in verband met zijn
gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de
eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een
aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond
verblijft of loopt op een openbare plaats of op het
terrein van een ander.
Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder
verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn
met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten
hoogste 1,50 meter.
Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder
verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf
die:
vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
van beide stoffen;
door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
de mens niet mogelijk is; en
zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
aanwezig zijn.
**4..** Een hond als bedoeld in het eerste lid dient voorzien te zijn
van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
identificatienummer door middel van een microchip die met een
chipreader afleesbaar is.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 11
Artikel 2:59
Gevaarlijke honden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening