Het is verboden met een recreatievaartuig een ligplaats
in te nemen dan wel een ligplaats beschikbaar te stellen
op niet door het college aangewezen locaties en
gedeelten van openbaar water.
Onder recreatievaartuig wordt verstaan ieder vaartuig
dat ingericht is voor recreatieve doeleinden, niet
gebruikt wordt voor bewoning en qua aard en omvang ook
niet geschikt en bestemd is voor bewoning.
Onder recreatievaartuigen wordt mede verstaan
commerciële rondvaartboten, partyboten e.d. en
verhuurbedrijven van kleine vaartuigen.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
kleine vaartuigen zonder vaste motor, zoals kano’s, open
roeiboten of kleine sloepen, van maximaal 5 meter.
Het afmeren van kleine vaartuigen als bedoeld in het
vierde lid geschiedt op een zodanige wijze dat:
**a..** deze niet spontaan los kunnen raken;
**b..** de vaargeul te allen tijde vrij blijft;
**c..** er geen sprake is van dubbel liggen;
**d..** er geen schade kan ontstaan aan bomen, struiken of andere
natuurlijke groenvoorzieningen en oevers.
**6..** Kleine vaartuigen mogen niet op de wal liggen, tenzij dit nodig
is voor kleine herstel- of onderhoudswerkzaamheden die in totaal
niet meer dan een dag vergen.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 6
Artikel 5:25
Ligplaatsen recreatievaartuigen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening