Aan de hand van de gehouden functioneringsgesprekken en de Persoonlijk ontwikkelingsplannen wordt een inventarisatie opgesteld van de opleidingsbehoeften.
Het opleidingsbudget voor de gehele organisatie wordt vastgesteld op minimaal 1,75% van de bruto loonsom voor 2009 en voor 2010 minimaal 2,0% met als streefpercentage 2,5%, en wordt daarna telkens voor de duur van twee jaar door burgemeester en wethouders vastgesteld.
Aan de hand van de in lid 1 genoemde inventarisatie stelt de directeur de prioriteiten vast van de noodzakelijke opleidingen, hetgeen past binnen het onder lid 2 genoemde budget. Hierbij wordt het totaal beschikbare budget in principe naar rato van het aantal medewerk(st)ers verdeeld.
De directeur stelt daarna het opleidingsplan vast en worden de afspraken die gemaakt in het Persoonlijk ontwikkelingsplan al dan niet gewijzigd vastgesteld.