Bij reorganisaties vervallen alle leidinggevende functies en zullen de nieuwe leidinggevende functies vervuld worden via kwalitatieve plaatsing.
De in lid 1 genoemde kwalitatieve plaatsing geschiedt overeenkomstig de volgorde:
de bij de reorganisatie betrokken leidinggevenden;
herplaatsingkandidaten conform herplaatsingregeling;
overige medewerkers.
De medewerker, niet zijnde een leidinggevende genoemd onder lid 1, wiens functie vervalt/wijzigt, wordt overgeplaatst in een andere functie binnen de gemeente, waarbij de volgende plaatsingsvolgorde geldt:
plaatsing in een ongewijzigde functie (mens volgt werk);
plaatsing in een passende functie;
plaatsing in een geschikte functie.
Bij de plaatsing kan het college rekening houden met de volgorde van voorkeur van de medewerker die niet in een ongewijzigde functie kan worden herplaatst, indien dat bijdraagt aan het vergroten van de plaatsingsmogelijkheden voor overige medewerkers.
Indien er meer medewerkers voor plaatsing in een passende of geschikte functie of er meer kandidaten voor plaatsing in een ongewijzigde functie in aanmerking komen, geldt als plaatsingsvolgorde:
de kandidaat met het meeste aantal jaren in dienst van de gemeentelijke overheid waar de CAR van toepassing is (anciënniteitbeginsel), waarbij als er sprake is van plaatsing van 5 of meer medewerkers het afspiegelingsbeginsel als volgt zal worden gehanteerd. Per functie, waar dit speelt zullen de beschikbare kandidaten worden ingedeeld in drie leeftijdscate-gorieën, op een zodanige manier dat elke leeftijdscategorie evenveel kandidaten telt. Binnen elke leeftijdscategorie wordt op basis van bovengenoemd anciënniteitbeginsel geplaatst.
Hoewel het streven er op is gericht plaatsing op basis van overeenstemming tot stand te brengen, zal wanneer geen overeenstemming wordt bereikt en er naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan niettemin sprake is van een passende functie toepassing worden gegeven aan het bepaalde in artikel 2:1B lid 1 van de CAR.
Indien plaatsing in een functie met een tenminste gelijke functieschaal na zorgvuldige afweging niet mogelijk is gebleken en er op dat moment slechts mogelijkheden zijn de medewerker in een functie met een lagere functieschaal te plaatsen, dan zullen waar mogelijk maatregelen getroffen worden om de medewerker weer werkzaamheden te laten verrichten overeenkomstig de functieschaal van zijn oude functie.