Om het voor de medewerker mogelijk te maken zich buiten de gemeentelijke organisatie een positie te verwerven in het geval zijn functie als gevolg van reorganisatie komt te vervallen, kunnen afspraken worden gemaakt over uitstroombevorderende maatregelen. Dit kan in bijzondere gevallen ook gelden voor een medewerker wiens functie niet komt te vervallen in het kader van de reorganisatie, maar die het door zijn vertrek mogelijk maakt dat een medewerker wiens functie wel komt te vervallen en voor wie naar het zich laat aanzien geen functie kan worden gevonden, in de ontstane vacante functie kan worden geplaatst.
Het college van burgemeester en wethouders, de algemeen directeur en directeuren van de directies, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft, stellen met de medewerker afgesproken uitstroombevorderende maatregelen vast.