De tegemoetkoming in reis- en pensionkosten ingevolge het bepaalde in de artikelen 18:1:0:7, eerste lid en 18:1:0:8 wordt voor niet langer dan zes maanden verleend. Het college kan deze termijn op verzoek van de betrokkene op wie de verplichting tot verhuizen is gelegd telkens voor niet langer dan zes maanden verlengen.
Geen aanspraak op tegemoetkoming in reis- en/of pensionkosten bestaat indien de declaratie van de in een kalendermaand gemaakte kosten niet binnen drie maanden na die kalendermaand bij het bevoegde gezag is ingediend.