Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda is met het kabinet van mening dat voorkomen moet worden, dat een overheidorganisatie een voormalig ambtenaar na zijn ontslag gedurende een bepaald tijdsbestek op enigerlei wijze inhuurt Voor het inhuren van een bureau, waaraan een voormalig ambtenaar zich na zijn ontslag heeft verbonden, zou dit betekenen, dat vastgelegd moet worden dat voormalige ambtenaren niet bij de uitvoering van de overeengekomen werkzaamheden worden betrokken.Deze norm richt zich niet zozeer tot de (voormalige) ambtenaar maar tot de gemeente en haar directies. Daar moet het besef groeien, dat draaideurconstructies een gevaar inhouden voor een integer overheidsoptreden en voor het imago van de overheid, in casu de gemeente.Ten aanzien van de termijn gedurende welke een voormalig ambtenaar geen werkzaamheden voor de gemeente mag verrichten, acht het college een periode van twee jaar redelijk. Deze termijn is zodanig, dat de voormalige ambtenaar in voldoende mate op afstand is komen te staan van de gemeente zodat de schijn van belangenverstrengeling wordt vermeden.Slechts in het volgende geval kan van het bovenstaande worden afgeweken. Het betreft de situatie dat in het kader van een beëindiging van het dienstverband afspraken worden gemaakt met de (voormalige) ambtenaar om na zijn ontslag nog gedurende een bepaalde, aan te geven tijd, werkzaamheden voor de gemeente verrichten, teneinde de overstap naar een nieuwe functie als zelfstandige te vergemakkelijken. In zo’n geval bestaat hiertegen geen bezwaar.
Het college draagt de leidinggevenden van de gemeente dan ook op te voorkomen dat een voormalig ambtenaar gedurende een tijdsbestek van 2 jaar na zijn ontslag op enigerlei wijze bij de gemeente wordt ingehuurd om voor de gemeente werkzaamheden te verrichten.Slechts in geval van afspraken in het kader van een beëindiging van het dienstverband kan gedurende een bepaalde, aan te geven tijd hiervan worden afgeweken. In aanbestedingsprocedures verzoekt het college de leidinggevenden als norm te hanteren, dat een voormalig ambtenaar niet bij de uitvoering van de te verstrekken werkzaamheden betrokken wordt.