Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 40:0:0:0

Methode bepaling hoogte inconvenienten

Onderdeel van CAR/BUWO

1. Beschrijving stappen 2. Beschrijving van de gezichtspunten 2.1 Zwaarte van de arbeid 2.2 Inspannende houding en eenzijdige beweging 2.3 Bezwarende oplettendheid 2.4 Werksfeer 2.5 Persoonlijk risico Om te bepalen of een door de dienst vastgestelde functie in aanmerking komt voor een inconveniënten toelage wordt de functie bekeken. Hierbij worden een vijftal bezwarende elementen belicht: Zwaarte van de arbeid: de mate waarin lichamelijke krachtsuitoefening naar de gangbare opvatting als een bezwaar wordt gevoeld; Inspannende houding en eenzijdige beweging: de mate waarin een bepaalde houding naar de gangbare opvatting als een bezwaar wordt gevoeld. Daarbij zijn zowel de mate waarin de houding inspannend is als de veelvuldigheid en de duur van belang; Bezwarende oplettendheid: wanneer een meer dan normale oplettendheid, aandacht, concentratie of opmerkzaamheid vereist is. Daarbij zijn zowel de mate van vereiste oplettendheid, factoren binnen het werk die oplettendheid bemoeilijken, als de veelvuldigheid en de duur van belang; Werksfeer: hierbij komen de bezwaren tot uitdrukking die naar de gangbare opvatting bestaan bij het werken in onaangename sfeer, hetzij van fysieke dan wel van psychische aard. Denk hierbij aan stof, stank, vuil, lawaai, etc. Daarbij zijn zowel de mate waarin de werksfeer onaangenaam is als de veelvuldigheid en de duur van belang. Dit aspect lijkt het meest op de huidige basis voor toekenning van inconveniënten; Persoonlijk risico: de mate van het gevaar waaraan de functionaris bloot staat voor het oplopen van letsels of ziektes van lichamelijke of psychische aard. Daarbij zijn zowel de ernst van de ziekte of letsel als de kans dat een ziekte of letsel ontstaat van belang. Beeldschermwerk: In het Besluit beeldschermwerk zijn zodanig randvoorwaarden opgenomen dat beeldschermwerk alleen nooit tot inconvenienten kan leiden. Als dat in de scores wel tot uitdrukking zou komen, zijn we in overtreding. In dat geval moet dan ook geen toelage worden toegekend maar de werkinstructie dusdanig gewijzigd worden dat deze verzwarende omstandigheden in overeenstemming zijn met het besluit beeldschermwerk.Om te komen tot de toekenning van een toelage moeten de volgende stappen worden doorlopen: Stap1 Vaststellen welke functiegroepen die voor een toelage in aanmerking kunnen komen. Stap2 Beoordeling van functies, gewaardeerd tot en met schaal 7, binnen de functiegroepen op basis van de functie-omschrijving en de persoonlijke omstandigheden van de medewerker. Houd hierbij de 5 bovengenoemde elementen als leidraad. Stap 3 Invullen van de vragenlijst ter bepaling van de inconveniënten. Per bezwarend element wordt gevraagd of er sprake is van het voorkomen van een dergelijk element en in welke mate dit gebeurt. Bekijk op basis van de omschrijvingen op zowel de horizontale als de verticale as welke combinatie op de functie van toepassing is. Vul de uiteindelijke score van het bijbehorende bezwarende element in op de vragenlijst. Voor iedere functie moeten de 5 tabellen worden doorlopen. Daarmee kom je uit op een vijftal scores. Deze scores vul je allen in op het vragenformulier. De totaalscore wordt onderaan het vragenformulier vermeld. Stap 4 De afdeling P&O loopt het vragenformulier door en bekijkt of alles volledig is ingevuld. P&O bekijkt tevens hoe de toegekende score zich verhoudt tot scores van andere functies. De vaststelling van het aantal punten geschied door de algemeen directeur, hiertoe gemandateerd door het college. Op basis van het aantal behaalde punten wordt op basis van ondertaande tabel een toelage toegekend: Score Bedragen in euros 0 - 49 0% van het max. bedrag 50 - 99 20% 100 - 149 40% 150 - 199 60% 200 - 249 80% 250 - 310 100% Stap 5 De medewerker wordt in kennis gesteld van het besluit van de algemeen directeur. Door middel van dit gezichtspunt komt tot uitdrukking: de mate waarin lichamelijke krachtsuitoefening naar de gangbare opvatting als bezwaar wordt gevoeld. Bij het graderen moeten in beschouwing worden genomen: de zwaarte resp. de uit te oefenen kracht (zo mogelijk in kilogrammen); de veelvuldigheid en de duur van deze belasting. Let op: met inachtneming van de wettelijke verplichting dat voor gewichten hoger dan 23 kilo hulpmiddelen voor handen moeten zijn. Door middel van dit gezichtspunt komt tot uitdrukking: de mate waarin een bepaalde houding naar de gangbare opvatting als een bezwaar wordt gevoeld. Het gaat hierbij om de vraag of nog andere lichamelijk bijzondere weerstanden moeten worden overwonnen dan krachtsuitoefening. Bijvoorbeeld: labiel evenwicht, boven de macht werken, eenzijdige belasting van bepaalde spieren (inclusief de oogspieren), dan wel of er sprake is van eenzijdig en daardoor bijzonder vermoeid spiergebruik. Bij het graderen moeten in beschouwing genomen worden: de mate waarin de houding inspannend is; de veelvuldigheid en de duur van de inspannende houding. Let op: indien er sprake is van zware fysieke belasting dienen in ieder geval meer pauzes te worden ingelast (ieder uur een korte rustpauze). Bovendien moet getracht worden middels taakroulatie de inspannende houding en eenzijdige beweging over de dag te spreiden en af te wisselen met andersoortige werkzaamheden. Hiervan is sprake, wanneer naar de gangbare opvatting, duidelijk een meer dan normale oplettendheid, aandacht, concentratie of opmerkzaamheid voor de uitoefening van de functie is vereist. Bij het graderen moeten in beschouwing worden genomen: de mate van de vereiste bezwarende oplettendheid; de mate waarin de vereiste bezwarende oplettendheid door binnen het werk gelegen factoren wordt bemoeilijkt; de veelvuldigheid of de tijdsduur van de activiteiten. Het aantal gelijktijdig optredende feiten, waarop de functionaris moet letten en/of het optreden van afleidende factoren bepalen de mate van de vereiste bezwarende oplettendheid. Afleidende factoren d.w.z. factoren die buiten het werk liggen, dus op zichzelf geen aandacht behoeven, doch wel de aandacht afleiden, vehogen de graad van de vereiste bezwarende oplettendheid. Het gaat hier om de vraag, in hoeverre de werkzaamheden die op een bepaald moment de aandacht vragen i.v.m. het weinig interessante of het eentonig karakter daarvan de aandacht bemoeilijken. Voorts in hoeverre er bij de uitoefening van de functie op een gegeven moment niet uit te schakelen en binnen het werk gelegen factoren optreden, die de vereiste aandacht of concentratie verstoren. De tijdsduur van de arbeidscyclus kan eveneens van invloed zijn. Een korte arbeidscyclus werkt slechts dan bezwarend, indien men ondanks de eentonigheid bij elke handeling telkens weer opnieuw moet opletten. Indien de handelingen een automatisch karakter hebben, neemt echter de oplettendheid af. Ook de veelvuldigheid van de activiteiten (aantal) kan de oplettendheid bezwaren, zeker waar het geen automatische handelingen betreft maar een verscheidenheid aan handelingen. De totale arbeidstijd is eveneens sterk van invloed op de oplettendheid (vermoeidheid, prestatiecurve). Let op: indien er sprake is van bezwarende oplettendheid dienen in ieder geval meer pauzes te worden ingelast (ieder uur een korte rustpauze). Bovendien moet getracht worden middels taakroulatie de bezwarende oplettendheid over de dag te spreiden en af te wisselen met andersoortige werkzaamheden. Door middel van dit gezichtspunt komen de fysieke en psychische bezwaren tot uitdrukking die naar de gangbare opvatting bestaan bij het werken in onaangename sfeer. Factoren van fysieke (lichamelijke) aard zijn bijvoorbeeld: Stof Stank Weersomstandigheden Vuil Nat Warmte Rook Vocht Koude Damp Lawaai Temperatuurwisselingen Benauwde atmosfeer Trillingen Onaangename beschermingsmiddelen Tocht Donker Onaangenaam aandoende materialen Factoren van psychische (geestelijke) aard zijn bijvoorbeeld: Zenuwvermoeiende omstandigheden Bedreigende omgeving Deprimerende omstandigheden Tegen de borst stuitende omstandigheden Tijdsdruk Mate van omstelling (verscheidenheid in het karkater van werkzaamheden) Bij het graderen moeten in beschouwing worden genomen: de mate waarin de werksfeer onaangenaam is (zie bovenstaand); de veelvuldigheid en de duur. Let op: aandacht voor de wettelijke norm voor de maximale trillingsbelasting per tijdseenheid. Daarnaast blijft aanpak bij de bron van belang. Tevens aandacht voor het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen. Het gaat hier om het gevaar, waaraan naar de gangbare opvatting functionaris bloot staat voor het oplopen van letsels of ziektes van lichamelijke of geestelijke aard. Bij het graderen moet in beschouwing worden genomen: de ernst van de mogelijke letsels en ziekten; de kans dat een ziekte of letsel ontstaat. Het maakt verschil of er gevaar bestaat voor: gering letsel, zoals schaafwonden, snijwondjes of kneuzingen; letsel of ziekten die functionaris tijdelijk of gedeeltelijk ongeschikt voor de functie maken, zoals gekneusde hand of voet, verlies van vingers, letsel aan de ogen (veroorzaakt door vliegende stukjes materiaal) of ziekten die functionaris niet blijvend ongeschikt voor de functie maken (inclusief overspannenheid); letsel of ziekten of schade aan gezondheid die functionaris blijvend ongeschikt voor de functie maken zoals verlies van een arm of een been, geheel of gedeeltelijk verlies van het gezichtsvermogen, aantasting van de geestelijke vermogens; letsels of ziekten, die volledige arbeidsongeschiktheid of de dood tot gevolg hebben. Ter bepaling van de kans op letsels of ziekten verdienen de gebruikelijke veiligheidsvoorschriften en de ter plaatse genomen veiligheidsmaatregelen de aandacht. Let op: aandacht voor de randvoorwaarden: voldoende instructie, voldoende rust (i.v.m. oplettendheid) en indien mogelijk afwisseling van andere werkzaamheden. Daarnaast altijd aandacht voor verbetermogelijkheden op het gebied van veiligheid.

Rechtspraak bij dit artikel