Voor dienstreizen gemaakt door een ambtenaar, niet zijnde aangewezen als functioneel autogebruiker, heeft de ambtenaar recht op een vergoeding op declaratiebasis van de gemaakte reiskosten voor de tweede klasse.
Indien het college de ambtenaar, niet zijnde aangewezen als een functioneel autogebruiker, toestemming geeft voor het gebruik van de eigen auto, bedraagt de vergoeding een bedrag van € 0,09 per afgelegde kilometer.
In gevallen, waarin naar het oordeel van het college het gebruik van de eigen auto noodzakelijk is, ontvangt de ambtenaar, niet zijnde aangewezen als een functioneel autogebruiker, een vergoeding conform artikel 15:1:22:1, lid 3, met dien verstande dat het bedrag niet netto wordt uitbetaald.
In verband met de toepassing van artikel 15:1:23:1 kan de toestemming van het college tot het gebruik van een eigen auto slechts worden verleend met instemming van de betrokken ambtenaar.
Parkeer-, tol-, veergelden etc. zijn in het bedrag van de vergoeding begrepen, met uitzondering van de parkeerkosten op het Chasséveld, parkeergarage het Turfschip of de Chasséparking.
Indien in opdracht van het college buiten de normale werktijd moet worden teruggekomen voor het verrichten van werkzaamheden bestaat bij gebruik van de eigen auto recht op een vergoeding gelijk aan het bepaalde in artikel 15:1:22:1, 3e lid. De vergoeding wordt alleen betaald aan ambtenaren die buiten de woonplaats Breda wonen.
Hoofdstuk
Artikel 15:1:22:2