De klachtencommissie hoort afzonderlijk de klager die een klacht over grensoverschrijdend gedrag heeft ingediend en de verweerder tegen wie een klacht is ingediend; daarnaast hoort de commissie anderen indien dit naar haar oordeel noodzakelijk is.
De zittingen zullen slechts plaatsvinden bij aanwezigheid van ten minste twee leden.
De zittingen van de klachtencommissie zijn besloten.
Van iedere zitting van de klachtencommissie waarbij klager, verweerder of overige betrokkenen worden gehoord, wordt een verslag opgemaakt. Het verslag wordt, voor zover het betrekking heeft op de klager, de verweerder of overige betrokkenen door elk, voor het deel dat hem of haar aangaat, voor akkoord ondertekend. Indien één van de betrokken partijen dit weigert, wordt de reden daarvan op het betreffende verslag aangetekend. Het verslag van de totale zitting wordt, na goedkeuring door de klachtencommissie, ondertekend door de voorzitter en de ambtelijk secretaris.
Van elk goedgekeurd verslag doet de secretaris een afschrift toekomen aan de leden van de klachtencommissie.
Tijdens het onderzoek naar een klacht door de klachtencommissie kunnen zowel de klager als de verweerder zich doen bijstaan door een door hen te kiezen raadsman. Op deze mogelijkheid worden beide partijen tijdig schriftelijk gewezen.
Klager en verweerder hebben in de laatste ronde van het onderzoek (hoor en wederhoor) het recht op inzage van de stukken die op de aanklacht betrekking hebben.
De klachtencommissie brengt, binnen twee maanden na ontvangst van de klacht als bedoeld in artikel 15:3:0:6, lid 1, een schriftelijk advies uit aan het college waarin gemotiveerd is vastgesteld:
of, en zo ja, in welke mate de klacht met betrekking tot grensoverschrijdend gedrag naar de mening van de klachtencommissie gegrond is;
op welke wijze en met welke frequentie het grensoverschrijdend gedrag zich voordeed.
De in lid zes van dit artikel genoemde termijn van twee maanden kan - met redenen omkleed - ten hoogste met één maand worden verlengd.
De voorzitter of een lid van de klachtencommissie is gerechtigd aan het advies van de commissie een minderheidsstandpunt toe te voegen.
Een afschrift van het in lid zes van dit artikel genoemde advies wordt, al dan niet voorzien van een toegevoegd minderheidsstandpunt, aan de klager en de verweerder toegezonden, alsmede aan de betrokken vertrouwenspersoon van de klager.
Indien een klacht tijdens de procedure wordt ingetrokken, brengt de klachtencommissie binnen één maand na ontvangst van het bericht van intrekking van de klacht - op grond van de tot op dat moment door haar vastgestelde feitenschriftelijk advies uit aan het college met betrekking tot haar visie ten aanzien van de eventuele consequentie(s) voor zowel klager als verweerder c.q. ten aanzien van de alsdan voor beiden ontstane werksituatie. Het bepaalde in lid 9 en lid 10 van dit artikel is dan overeenkomstig van toepassing
Klachten over grensoverschrijdend gedrag die langer dan vijf jaar geleden plaatsvonden en zich nadien niet meer hebben voorgedaan worden door de klachtencommissie niet in behandeling genomen.
Anonieme klachten worden in principe niet in behandeling genomen. In zeer ernstige zaken kan hierop door de klachtencommissie een uitzondering worden gemaakt.
Hoofdstuk
Artikel 15:3:0:7