Naar hoofdinhoud
Een medewerker die niet in een functie met een gelijke functieschaal kan worden overgeplaatst en die wordt geplaatst in een functie met een lagere functieschaal, behoudt zijn salarisaanspraken verbonden aan zijn vorige functie. Een toegekende tijdelijke persoonsgebonden toelage wordt slechts gehandhaafd gedurende de periode van toekenning; een vaste persoonsgebonden toelage niet zijnde in lid 3 genoemde toelagen blijft gehandhaafd, tenzij de omstandigheid, die tot die toelage heeft geleid niet langer van toepassing is. De vaste toelage wordt afgebouwd, waarbij de medewerker gedurende de eerste 8 maanden 75% van de af te bouwen toelage ontvangt, de tweede 8 maanden 50% en de laatste 8 maanden 25%. Als aan de nieuwe functie geen toelagen verbonden zijn waarop in de oude functie recht bestond worden deze toelagen afgebouwd volgens de regels, welke daarvoor gelden op de dag voorafgaande aan de plaatsing. Het betreffen hier de toelagen TOD, piket, wachtdienst en inconveniënten. Schriftelijke toezeggingen inzake een hogere salarisindeling worden nagekomen, ook indien de betrokken medewerker in het kader van de reorganisatie een andere functie met een lager salarisniveau gaat vervullen. Een medewerker, die wordt overgeplaatst, wordt in de gelegenheid gesteld een studie waarvoor krachtens het hoofdstuk 17 van de CAR vergoedingen zijn toegekend, af te ronden. Op betrokkene rust geen terugbetalingsverplichting indien hij de studie staakt, omdat het gezien de veranderde aard van de nieuwe werkzaamheden geen zin heeft de studie voort te zetten.

Rechtspraak bij dit artikel