Naar hoofdinhoud
Het college verstrekt aan de ambtenaar op jaarlijkse aanvraag een onbelaste vergoeding voor de reiskosten woon-werkverkeer ongeacht de wijze van vervoer. De onbelaste vergoeding wordt gefinancierd door inzet van één of meer geldbronnen met uitzondering van de vakantie-uitkering- als genoemd in 4a:3 waarbij volledige afrekening plaatsvindt in het jaar van uitruil. De hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld op basis van het daadwerkelijke reispatroon en de reisafstand. Hierbij geldt de gebruikelijke, snelste route met rekenkundige afronding op hele kilometers, met een maximum van 150 kilometers (retour) per dag. De aanvullende vergoeding wordt bepaald door het aantal woon-werk-kilometers (berekening volgens de richtlijnen in het handboek loonheffingen van de belastingdienst) te vermenigvuldigen met de fiscaal vrijgestelde vergoeding per kilometer, minus de vergoeding van reiskosten woon-werkverkeer, die de deelnemer in het jaar van uitruil van de werkgever heeft of zal ontvangen. Als peildatum geldt 1 november van het kalenderjaar waarop de keuze van de deelnemer betrekking heeft. Daardoor vindt de uiteindelijke vaststelling en uitwerking van de onbelaste aanvullende vergoeding voor reiskosten woon-werkverkeer plaats in de maand december. Bij beëindiging van het dienstverband in de loop van het jaar heeft de ambtenaar de gelegenheid de regeling als bedoeld in lid 1te benutten door middel van het afzien van (een deel van) de bruto loonwaarde van één of meerdere geldbronnen, voor zover dat meer bedraagt dan het wettelijke minimumloon. De aanvraag hiervoor wordt ingediend uiterlijk 1 maand voor de ingangsdatum van het ontslag. Indien controle door de inspecteur der belastingen ertoe leidt dat alsnog een naheffing aan het college wordt opgelegd en dit het gevolg is van een onjuiste gegevensverstrekking door de ambtenaar in het kader van deze regeling, dan zal deze naheffing (inclusief eventuele rente en boete) verhaald worden op de ambtenaar.

Rechtspraak bij dit artikel