De afwisseling, variatie of verandering in de omstandigheden, waarop bij het verrichten van de werkzaamheden moet worden ingespeeld.
Dit kenmerk meet in hoeverre bij de werkzaamheden moet worden ingespeeld op veranderende omstandigheden. De dynamiek loopt op van nauwelijks inspelen op omstandigheden via inspelen op verschuivingen in beleid, op verschuivingen in beleidsdoelstellingen tot inspelen op maatschappelijke en/of politiek-bestuurlijke ontwikkelingen.
Bij de werkzaamheden is er over het algemeen sprake van stabiele en bekende omstandigheden.
Er wordt een 1 gescoord indien zich nagenoeg geen veranderingen voordoen tijdens de uitvoering van het werk.
Bij de werkzaamheden moet worden ingespeeld op wisselende omstandigheden.
Er wordt een 2 gescoord indien sprake is van afwisseling bij het uitvoeren van de werkzaamheden door veranderende omstandigheden of indien sprake is van verschillende klanten met verschillende wensen waarop moet worden ingespeeld. Er is sprake van flexibiliteit in de functie.
Bij de werkzaamheden moet worden ingespeeld op verschuivingen in beleid of , technologische ontwikkelingen.
Er wordt een 3 gescoord indien sprake is van inspelen op veranderingen door nieuwe ontwikkelingen. Hiervan is sprake als een functie in de werkzaamheden te maken heeft met technologische en/of beleidsontwikkelingen, waarop moet worden ingespeeld: het betreft dan wijzigingen in beleid of beleidsuitgangspunten, die nog niet duidelijk zijn omlijnd.
Bij de werkzaamheden moet worden ingespeeld op verschuivingen in beleidsdoelstellingen (op managementniveau).
Er wordt een 4 gescoord indien moet worden ingespeeld op veranderde beleidsdoelstellingen (op managementniveau) als gevolg van maatschappelijke opvattingen en politieke wijzigingen. Ook wordt een 4 gescoord indien het gaat om beleidscoördinerende werkzaamheden op integrale beleidsterreinen bij grote en complexe organisaties.
Bij de werkzaamheden moet worden ingespeeld op maatschappelijke en/of politiek-bestuurlijke ontwikkelingen met nationale reikwijdte.
Er wordt een 5 gescoord indien sprake is van maatschappelijke en/of politiek-bestuurlijke ontwikkelingen, waardoor op de beleidsdoelstellingen op het managementniveau direct moet worden ingespeeld. Inspelen op maatschappelijke en/of politiek-bestuurlijke ontwikkelingen behoeft niet rechtstreeks gekoppeld te zijn aan integrale eindverantwoordelijkheid voor een beleids- of uitvoeringsterrein.
Hoofdstuk
Artikel 51:1:1:5