Met inachtneming van door het college gestelde regelen wordt over deambtenaar tenminste eenmaal per jaar een oordeel uitgebracht omtrent de wijze waarop de ambtenaar de betrekking heeft vervuld en omtrent zijn gedragingen tijdens de uitoefening van die betrekking. Deze beoordeling vindt plaats op grond van eerder gemaakte schriftelijk vastgelegde doelstellingen.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt met de ambtenaar zijn gedrag besproken tijdens de uitoefening van zijn betrekking of de wijze waarop hij zijn betrekking vervult, voor zover deze aanleiding geven tot aanmerkingen, waarbij tevens aandacht wordt geschonken aan de wijze waarop het gedrag of de wijze waarop hij zijn betrekking vervult naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders verbeterd kan worden.
De beoordeling wordt uitgebracht tegen de achtergrond van aan de functievervulling redelijkerwijze te stellen eisen en met inachtneming van omstandigheden die niet aan de ambtenaar zijn te wijten en die een positieve of negatieve invloed op het functioneren van de ambtenaar en/of op het nakomen van gemaakte afspraken hebben gehad.
Hoofdstuk
Artikel 15:1:15:0